Fietsteldorado het Zwarte Woud

 

 

Fietsteldorado het Zwarte Woud

Fietstochten rondom Freudenstadt

Rondom Freudenstadt toont het Zwarte Woud al zijn troeven. Op rustige nevenstraten en boswegen door sparren- en dennenbossen, langs rivieren, door knusse historische dorpjes en stadjes kan de recreatieve fietser zijn hart ophalen.

Fietseldorado het Zwarte Woud

Het Noordelijke Zwarte Woud is niet alleen het Mekka voor mountainbikers, ook voor de recreatieve fietsers is gezorgd en nog maar net zijn de eerste oplaadpunten voor e-bikes gexefnstalleerd. Liefst vier langeafstandsfietstochten hebben hun vertrek in Freudenstadt. De fietswegen langs de rivieren Murg en Kinzig zoeken hun weg naar de Rijn. De Schwarzwxe4lder Hxf6henradweg West loopt in tegenstelling tot de valleiroutes op hoogtes tussen 700 en 1000 meter over de oostelijke bergkam van het Zwarte Woud. De naar het motto x93Veel Zwarte Woud, weinig stijgingenx94 in het leven geroepen 280 km lange Schwarzwald Panorama-Radweg tussen Pforzheim en Waldshut-Tiengen. En dan is er nog de Schwarzwald-Radweg die enkele kilometers ten zuiden van Freudenstadt passeert. Zowel de Rijn in het westen als de Neckar in het oosten liggen binnen bereik en zijn in combinatie met een terugreis per trein ideale. De treinen houden halt in alle stations langs beide rivieren zodat de fietswegen erlangs zowel snoep zijn voor de langeafstandsfietsers als de occasionele- en familiefietsers. Het noordelijke Zwarte Woud maakt deel uit van de deelstaat Baden-Wurttemberg waar na 9 uur fietsmeename op alle regionale treinen en S-Banen gratis is.
Het Zwarte Woud is sinds mensenheugenis een wandelregio en in een later tijdperk een eldorado voor mountainbikers. Het recreatieve fietstoerisme is nog in volle ontwikkeling met Freudenstadt als xe9xe9n van de koplopers. Sinds 2011 geeft deze stad een fietsfolder uit met 10 fietstochten verdeeld onder routes voor hybridenfiets geschikt voor MTB en tochten voor MTB geschikt voor hybridenfiets. De betekenis van de omschrijvingen heeft betrekking op het wegdek en het relixebf. In de eerste omschrijving gaat het vooral om een geasfalteerde fietsroute met matige stijgingspercentages, daartegenover staat een continue klimmen en afdalen over boswegen met grintlaag. De MTB-routes bevelen we dan ook enkel aan voor de sportievere fietsrecreanten die niet tegen een steile hellingen opkijken.

 

Startpunt is het Schwarzwaldhotel Freudenstadt. Over de Schwarzwxe4lder Hxf6henradweg West bereiken we in rechte lijn na ca. 1 km het station Stadtbahnhof Freudenstadt waar we de bewegwijzeringen van de Tour de Murg en de Kinzigtal-Radweg, uitgangspunten van de hier voorgestelde routes, aantreffen. Wij gebruikten de routes voor hybridenfietsen uit de fietsbrochure als basis en pasten ze aan in functie van betere bewegwijzerde fietspaden en x96wegen en terugkeermogelijkheden. Het Schwarzwaldhotel Freudenstadt is het eerste hotel met oplaadpunt en werkt aan een formule in samenwerking met andere locaties om van hotel naar hotel te trekken met e-bikes met mogelijkheid tot uitwisselen van de batterij.

Het hotel was zo enthousiast over onze tochten dat ze deze overgenomen hebben en aanbieden in fietsfiches (Nederlands) en GPS-trackx92s.

Schwarzwaldhotel Freudenstadt: Helene-Frey-Weg 2, D-72250 Freudenstadt, tel: +49 7441 939 0, www.schwarzwaldhotel-freudenstadt.de

Tour de Murg (49 tot 67 km)

De x91Tour de Murgx92 is perfect bewegwijzerd en een gemakkelijk te volgen route. Omdat we al vanaf Freudenstadt de vallei opzoeken is het meteen ook de lichtste route uit ons programma. De eigenlijke route gaat richting markt en dan rechts over de Bundesstraxdfe richting Christophsdal, gelegen aan het beekje Forbach, een zijriviertje van de Murg. Maar je kan ook het verkeer in de stad mijden door vanaf het station rechtstreeks naar het riviertje te dalen. Het majestueuze marktplein, het grootste van Duitsland, doen we op xe9xe9n van onze volgende tochten aan. Met de rivier mee rijden is vooral bergaf fietsen, maar betekent niet dat er af en toe moet geklommen worden. Dit om vallei-engtes te overbruggen en om drukke wegen te vermijden. Een vijver met vissershut, erachter de bezoekerssteengroeve Sofia en even verder een smidse met oude werktuigen behoren tot het gehuchtje Friedrichstal. De merkwaardige roodgeverfde Michaelskerk met veelhoektoren en mooie bronzen kloktorentje met bovenop een pompoenachtige bol en windhaan verdient aandacht. Na het station van Baiersbronn fietsen we door een parkje met kinderspeeltuigen waarna we op de eigenlijke Murg treffen. Hier wijst een fietswegwijzer rechtdoor naar Rastatt en naar links richting Schwarzwaldhochstraxdfe, de richting van een volgende rit. Hier komen ook beide varianten van de Tour de Murg samen; die vanuit Freudenstadt en die vanaf de bron. Op nevenstraatjes en landbouwwegjes gaat het links van de rivier via Klosterreichenbach naar de monumentale houten brug in Rxf6t. Vanaf nu verandert het uizicht van de route. De vallei versmalt en na een tunneltje schiet het fietspad onverwacht steil een bosje omhoog om dan kronkelend langs enkele loodrechte rotspartijen Huzenbach te bereiken. We steken de spoorweg en de rivier over en winnen terug hoogte waar we een prachtig fietspad met uitgehouwen tunneltjes, een bron met picknickbanken en rotsblokken in een prachtige natuur aantreffen. In een chicane schieten we naar beneden. Een volgende klim brengt ons bij een boerderijtje. In de weiden lopen geiten en ezeltjes. Een plaatselijke specialiteit is geitenworst die particulieren te koop aanbieden zoals in Schxf6nmxfcnzach en Raumxfcnzach. Forbach is de eerste grotere stad op onze tocht. Een laatste langere klim brengt ons weer op hoogte om de kloofachtige vallei te overbruggen. We wisselen nog eens van rivieroever en fietsen langs rotswanden en na enkele gehuchtjes ligt boven op de mijn wijnstokken beplante valleihelling het machtige kasteel Eberstein. Even later staan we bij het station van Gernsbach waar we de trein terugnemen naar Freudenstadt. Wie wil kan de tocht verlengen naar Rastatt. Vanaf Gernsbach verbreedt de vallei, vlakt uit en industrialiseert langzamerhand. Via Gaggenau en Kippenheim vindt de Tour de Murg zijn einde in Rastatt.

Kinzigtal-Radweg (57 tot 85 km)

Voor deze tocht kan je zowel aan het hoofdstation als aan het station x91Stadtx92 starten. De trein terug stopt in het hoofdstation waar je kan overstappen naar x91Stadtx92, ofwel volg je vanaf het hoofdstation de markering Kinzigradweg en fiets je over het marktplein terug naar het Station x91Stadtx92 en het Schwardwaldhotel (3,7 km). De haast vierkantige Markt in Freudenstadt is met 219 x 216 m het grootste marktplein van Duitsland. Enkele straten doorkruizen de markt delen deze in drie pleinen: Postplatz, Oberer en Unterer Marktplatz. De gebouwen rondom de markt zijn voorzien van arcaden waaronder vele winkels en horeca schuilgaan. De Oberer Markt is de plaats waar alle markten plaatsvinden en op de Unterer Markt spuit een waterpartij van 45 x 18 m met 50 fonteinen verschillende patronen. De Kinzig ontspringt achter de waterscheiding en dat betekent eerst de Kiensberg hoog naar de Friedrichtoren vanwaar een heerlijke terugblik hebben op Freudenstadt. Bij het weerstation lezen we de weersvoorspelling af en rijden dan het bos in. Op een kruising is de bewegwijzering misplaatst waardoor het lijkt rechtdoor te gaan, maar hier moeten we de grindweg naar links nemen. Een mooie kronkelende dalende bosweg doorheen een diep sparrenbos brengt ons naar Loxdfburg. Aan de bosrand op de Rodter Hxf6he staat de Vogteiturm, een 35 m hoge houten uitzichttoren met 172 trappen. Vanaf het platform heb je zicht richting Neckar en de Schwxe4bischen Alb. De route komt voorbij een streekmuseum over de archeologie, de geschiedenis en de industrialisatie van de streek, van skeletten uit de tijd van de Merovingers naar de Boerenkrijg, een tweehonderd jaar oude keuken, een klaslokaal anno 1930, x85 en de alom bekende oude koekoeksklokken ontbreken ook niet. Daarna gaat het door het industriegebied voorbij aan het megaconcern Arburg dat kunststofproducten produceert voor vele industrietakken als verpakking, communicatie- en mediasystemen, geneeskunde, bouw, speelgoed, sport, vrije tijd en automobielindustrie. Het is een moderne bouw met voor de glazen ontvangsthal een passend kunstwerk in de vorm van een reuzenbol uit kleurrijke kunststoflatten- en buizen.
De bron van de Kinzig ontspringt ten oosten van Loxdfburg en snijdt zich onmiddellijk diep in het landschap. Wij fietsen op hoge hoogte over een meestal dalende grindweg in de met sparren beboste valleiflank met ondergroei van varens en bessen. De rivier blijft alsnog buiten zicht tot we na een helse afdaling in Alpirsbach, dat vooral bekend is door zijn bier Alpirsbacher Klosterbrxe4u, aankomen. Voor het brouwerijmuseum, de glasblazerij en de mooie kloosterkerk moeten we even van de route afwijken want deze laat het centrum links liggen. We spelen een tijdje haasje over met de spoorweg en in een bosje trekken we nog eens aan voor een langere klim om een dalengte te vermijden. We komen op een soort alm en houden halt bij een oude grenspaal met Sint-Jacobsschelp opgespeld, de historische grens tussen het Koninkrijk Wxfcrttemberg en het Groothertogdom Baden. Vanaf Schenkenzell loopt de route tot in Halbmeil voor lange tijd op een verhoogd fietspad langs de drukke B294. In een meander resten op een rots nog twee gehavende muren van de ruxefne Schenkenburg. Enkel voor het historische vakwerkstadje Schiltach wijken we van de verkeersweg af. Kasseienstraatjes met scheefgetrokken vakwerkhuizen met luiken in alle kleuren. Rij even omhoog naar het smukvolle marktpleintje met frescorijk raadhuis en apothekermuseum. De Kinzig loopt midden door het stadje, op bruggen en oevermuren zijn sfeervolle bloembakken aangebracht. Na het dorpje Halbmeil eindigt definitief het fietspad langs de drukke verkeersweg. Over servitudewegen rijden we langs de Kinzig verder naar Wolfach. We fietsen door de geplaveide brede hoofdstraat met pastelkleurige fassades en op het einde de toegangspoort tot het Fxfcrstenberger Schloss, gebouwd op de smalste passage in het dal. Net voor de poort steken we de Kinzig over via een oud brugje met een heiligenbeeld erop. Aan de overkant bestuderen we de elf zotskappen in de narrenfontein. Aan het einde van de stad in een industriezone bij de B294 bevindt zich een interessant interactief glasmuseum, de Dorotheenhxfctte, waar je alle processen doorloopt van zandkorrel tot glas. Je kan hier eveneens gansjarig een kerstdorp met kraampjes en kerststallen bezoeken. Het fietspad loopt nu opnieuw langs de B294 maar op enige afstand gescheiden van de rijweg. De vallei verbreedt en we omzeilen het stadje Hausach over een rivierdijk aan de buitenrand. Kronkelend door het overstromingsgebied binnen, op en buiten de dijken bereiken we uiteindelijk Haslach. Het stadje is ontstaan uit een Romeinse nederzetting en bloeide op in de 13de eeuw als zit der bergrechters uitgroeide tot een belangrijk zilvermijngebied en marktstad. De schilderachtige historische kern met marktstraten, woon- en handwerksteegjes verbloemen de oude flair. Hier stappen we op de trein, maar wie wil kan verder naar het middeleeuwse Gengenbach of daarna door de wijngaarden onderaan het neogotische kasteel Ortenberg naar Offenburg in de Rijnvlakte.

3-Txe4ler-Radweg (53 km)

Voor deze route volgen we opnieuw de Kinzigtal-Radweg de stad uit. Bij het minigolfplein in de klim naar het weerstation bij de Friedrichtoren slaan we echter rechtsaf de Steinwaldstrasse in, die ook het bos in gaat en daar uitgeeft op een rustige verkeersweg. Na enkele honderden meters nemen we de afslag naar Schxf6mberg en volgen een mooie kronkelend asfaltwegje door de bossen. Op een hoogte met weiden nemen we de afslag naar Loxdfburg en passeren een paardenboerderij. We merken hier plots bordjes op van de Kinzig-Radweg, een variante die over de Bxfcchenberg in Loxdfburg aansluit op de eigenlijke route. Een mooi traject over een pietlullig weggetje voorbij aan grote donkerbruin gebeitste houten schuren. Het tracxe9 doorheen Loxdfburg kennen we al. Waar de Kinzigtal-Radweg richting bos draait, blijven wij op het plateau waar we de wegwijzers Neckartal, hier nog 20 km, volgen die samen gaat lopen met de 3-Txe4ler-Radweg. Een route die de rivierdalen Kinzig, Glatt en Neckar verbindt. Links en rechts fietsen we even langs enkele verkeerswegen om dan een bos in te duiken. Over een groot grasland aan de bosrand is het heerlijk dalen over een van links naar rechts zwiepend straatje. We slaan een veldweg in met weiden vol wilde bloemen tot we haaks omhoog opnieuw het bos moeten. Aan het eind van de groene tunnel vergapen we ons op de vallei van de Glatt met het diep beneden ons gelegen dorpje Leinstetten. Het fietspad loopt nu in de valleivlakte steeds in de buurt van de rivier. Vanaf Neunthausen tot Glatt zelfs pal eraan. We komen voorbij een authentieke schuur, maar het pronkstuk van Glatt is de mooie waterburcht waar zowel boeren-, burcht- en adelmuseum in ondergebracht zijn. De eigenlijke route blijft rechts van het water en wint in de beboste flank aan hoogte om daarna af te dalen naar de monding van de Glatt in de Neckar. Je kan ook de Glatt oversteken en beneden in de vallei over de verkeersweg rijden tot net voor een volgende brug waar we links het Neckardal inrijden. We fietsen over gras- en weidelanden met links en rechts brede heuvelruggen. In de heuvelflanken zien we enkele dorpjes. Het stadje Horb krijgen we al van ver in het zicht. Oud centrum, burchttoren en klooster verheffen zich op de andere oever boven de vallei. De Ihlinger poort, xe9xe9n der toegangspoorten beneden de stad, verwierf de naam Heksentoren waar van hekserij beschuldigde vrouwen in opgesloten werden. Erachter in een monumentaal 25 meter hoog vakwerkhuis vinden we het stadsmuseum. Een tweede toren, een restant van het slot Hohenberg, staat in de bovenstad. Hij kreeg de bijnaam schurkentoren en diende om het gespuis in op te sluiten. Vanaf de rivier lopen steile steegjes, al dan niet met trappen, naar de bovenstad. Het fietspad steekt de rivier niet over naar de stad maar verwijdert zich richting bos aan de valleirand. Voor een hoog autowegviaduct dat de vallei overbrugt steken we de rivier over en klimmen via een leuk wegje in een piepkleine beekvallei het Neckardal uit. Boven in Rohrdorf, een gehuchtje van Eutingen im Gxe4u, zien we de wegwijzer naar het station dat afgezonderd buiten de stad ligt.

Schwarzwaldstraxdfe (46 Km)

We starten vandaag met de Tour de Murg tot Baiersbronn waar de fietswegwijzer naar links richting Schwarzwaldhochstraxdfe wijst. In feite volgen we daar de Murg stroomopwaarts tegen de bewegwijzering van de Tour de Murg in. 18 km bergop, maar de eerste zeer gemoedelijke 10 km vergen haast geen inspanning. Grindpad wisselt af met asfalt, eens onder aan de rivier dan hogerop aan de bosrand. Hier treffen we een Zwarte-Woud-landschap aan zoals in gedachten, leuke dorpjes temidden van groene almen, hotels en huizen met houten balkons, houten schuurtjes en weidse graslanden. Na het dorpje Mitteltal wat zowat halverwege het dal betekent, volgt Obertal. We zijn nog niet helemaal boven maar nemen hier het zijdalletje van het beekje de Buhlbach. Langgerekt gaat het nog altijd gemoedelijk omhoog, zonder op onze adem te moeten trappen. We volgen de beek over een wegje tussen dennen en sparren met hoge varens, kniehoog vingerhoedskruid en andere kruidachtige als ondergroei. Bij de Bxe4renteichhxfctte, een schuilhut, splits de weg. Het watertje volgend kom je bij een meertje, de Buhlbachsee waar je rond kan fietsen. Langs het andere wegje, de haarspeldbocht om, begint echter de echte klim. Aan 4 xe0 5% klimmen we nu gestatig naar de Schwarzwaldhochstraxdfe. In de tweede haarspeldbocht hebben we een fabuleus uitzicht op de achter ons gelaten vallei. Een afgeschoven rotsblok draagt het opschrift x91Totensonntag-Rutsch 22 Nov 1992×92, een sobere herinnering aan een dodelijke rotsverschuiving. Intussen is ons de bewegwijzering van de Schwarzwald-Radweg opgevallen, onze leidraad terug richting Freudenstadt. De Schwarzwaldhochstraxdfe is een toeristische autoroute met vele panoramax92s die zeer in trek is bij motorrijders en aanleent tot snel rijden. Daardoor is deze in het algemeen ongeschikt voor fietsers, maar hierboven loopt een fietspad van parking naar parking en heel even moeten we over de verkeersweg. Via een parallellopende bosweg komen we in het hooggelegen Kniebis waar we op een terrasje ons tegoed doen aan een portie Maultxe4schen, een soort supergrote ravioli. We steken terug de verkeersweg over, een prachtig asfaltwegje bergaf tussen gigantische dennen. In een bocht naar rechts nemen we rechtdoor de grindweg naar Freudenstadt. We volgen nu de bewegwijzering die ons via de Friedrichtoren terug naar de stad leidt.

Foto’s, kaartje en GPS-tracks: zie http://users.telenet.be/fietscontreien

 

22 augustus 2011
By on 20:53
Fietsen in het groene Frankfurt

 

Fietsen in het groene Frankfurt

Groene recreatie tussen de wolkenkrabbers

Faust sloot een pact met de duivel om superieur in kennis te zijn dan God. Maar wie superieur wil zijn aan de schepper bekoopt dat met zijn ziel. Goethe kijkt omhoog naar de commercixeble wolkenkrabbers. Geld maakt niet gelukkig heet het, maar wij verk(n)ochten onze ziel aan de Europese geldmetropool Frankfurt.

Frankfurt! Stad der contrasten

Economie contra ecologie, historische oudstad tegenover bankencentrum, Verkeersaders en groene gordels, Goethes bronzen standbeeld tussen moderne glazen bankgebouwen, vakwerkbinnenstad contra on-Europese skyline van wolkenkrabbers, rijkdom tegen armoede. Tegenover iets staat weer iets anders. De financixeble hoofdstad van Europa heeft vele tegenstellingen die we best eens willen ontdekken. Dit kan op de fiets zowel onder begeleiding van een gids en na het lezen van dit artikel ook individueel. Frankfurt is een voorbeeldige fietsstad waar verschillende projecten en voorzieningen het fietsen aansporen. Zo was Frankfurt de eerste stad waar fietsers tegen het xe9xe9nrichtingverkeer in mochten fietsen. Sommige straten zijn omgevormd tot fietsstraten en fietsen op busstroken is toegestaan. Voor werknemers zijn in vele kantoorgebouwen douches en omkleedruimte voorzien in de kelders. De fiets is ook de ideale oplossing contra het dure openbaar vervoer.

 

De stadsparkengordel

Starten doen we vanuit het plein Rxf6merberg, het historische stadscentrum, het vakwerkdorp in de stad. Fietsers houden halt op het mooie plein, bierfietskarren met feestende jongeren rijden af en aan. We hebben onbewust de periode uitgekozen dat het wereldkampioenschap vrouwenvoetbal plaatsvindt en dat in Frankfurt gaststad is voor een halve finale- en de finalewedstrijd. Daarbij speelt het Duitse elftal zijn kwartfinale tegen Japan en zijn de supporters x92s middags al aan het vieren. Gelukkig doen ze dat nu al want de wedstrijd vanavond draait dramatisch uit voor de Duitsers, verslagen door een doelpunt in de laatste minuten van de tweede verlenging. We bereiken de oever via een doorsteekpad van de Rxf6merberg. De naam verwijst naar een Romeinse nederzetting aan de rivier. Getuige daarvan zijn de opgravingen naast de domkerk. Op de tegenoverliggende Mainoever is de voetbalkilometer opgebouwd, drank- en eetstandjes met vele grote TV-schermen waarvan enkele reuzenschermen op vlotten op het water. Maar ook als er geen wereldkampioenschap vrouwenvoetbal plaatsvindt, is er op deze oever wel wat loos. Want deze oever noemt niet voor niets de museumoever, je kan er terecht in maar liefst tien musea waarvan acht direct aan de Mainoever liggen. We fietsen op de Mainoever onder een majestueuze platanenlaan stroomafwaarts tot we aan de parkengordel rond de binnenstad komen. Waar in de middeleeuwen de stadsmuren stonden is een groene gordel van parken rond het centrum behouden gebleven. Via het Untermain-, Galius- en Taunuspark komen we op de Operaplatz. De brede voetgangerszone rechts is de uitgangsstraat bij uitstek met vele cafxe9s en eethuisjes met talrijke uitnodigende terrassen waar we terecht kunnen voor de alom aangeprezen appelwijn. We steken de ringweg over en verlaten hier de parkengordel voor een uitstapje naar Westend, de exclusieve eeuwenoude villawijk van Frankfurt. We steken een plein over met een groot blauw euroteken omgeven door gouden sterren. We staan voor de toren van het torengebouw van de Europese centrale bank, het symbool van het Europese geldimperium. Via het Rothschildpark komen we in de straat Oberlindau met op het einde de Palmentuin, een botanische tuin in serres en de enige waarvoor je moet betalen. We fietsen de campus op van de Johann Wolfgang Goethe universiteit. Na WO II had de Amerikaanse president Eisenhouwer zijn kantoor van waaruit hij de heropbouw van Duitsland leidde.
Tegenover ligt het Grxfcneburgpark met een kleurrijke Koreaanse tuin. Niet te geloven maar ook hier mogen we zomaar doorheen fietsen. Op een grote grasvlakte staan tegen bomen fietsen gestald. Mannen van verschillende ouderdom spelen een voetbalpartijtje. Verder op onder een grote lindeboom staan twee fietsen van enkele dames die op een uitgespreide deken koffie drinken. De fiets is het ideale vervoermiddel om aan groenrecreatie te doen. Via enkele straten vol statige herenhuizen fietsen we terug naar de Operaplatz om onze route door de parkengordel voort te zetten. Het Eschenheimer Tor, de enige overgebleven middeleeuwse toren, staat in fel contrast met de moderne glazen wolkenkrabber erachter. Hier rijden we even richting centrum naar het beursplein. Voor de beurs staan twee monumentale beursdieren opgesteld. De stier staat voor een winstgevende, de beer voor een verlieslijdende beursgang, een Bullenmarkt voor een hausse en een Bxe4renmarkt voor een baisse. In het Liesel-Christ-park staat het monument van Philipp Reis, volgens de inwoners van Frankfurt de uitvinder van de telefoon die een patent op zijn uitvinding vergat te nemen, zodat Graham Bell met de eer ging lopen. Door het Bethmannpark moeten we de fiets aan de hand nemen. Links ligt een kleur- en geurrijke rozentuin en rechts de prestigieuze Chinese tuin met kerselaars, esdoorns, bamboes, vijver en theehuizen. Alles gratis aan te bezoeken. Na nog enkele groenzones met vijvers en speeltuinen staan we opnieuw aan de Mainoever met een nieuwe confrontatie tussen oud en nieuw. Oude verroeste havenkranen en loodsen in contrast met typische moderne kleurig getinte kubuswoonblokken met daarachter de skyline.

De groengordel

 Na de parkengordel gaan we nu voor het echte werk. De Grxfcngurtel trekt een 70 km lange groene gordel rond de metropool Frankfurt doorheen een veertigtal parken en langs een vijftigtal waterplassen. Ten zuiden van de Main loopt deze door het Stadwald, ten noorden volgt deze grotendeels de rivier de Nidda. We logeren in het Holiday Inn in het Stadtwald dat vlak aan deze fietsroute ligt. We fietsen dan ook onmiddellijk het bos in. De bewegwijzering maakt een afsteker naar de Jacobivijver waar we een rondje omheen fietsen. Op de Grxfcngurtel wandelroute hebben kunstenaars de vrije hand gekregen om bizarre komische kunstwerken te crexebren. Maar ook de fietser kan in het Stadtwald enkele van deze vooral houten sculpturen opsporen. Zo ontdekken we de uil in Noorse pul houten en de Pinkelbaum, waar uit een metalen buisje dat uit een boom steekt een waterstraal spuit wanneer je in het vizier van een optische oog komt. Even verder op een kruispunt hangt tegen een boom de enorme monsterspecht. Ook echte dieren kruisen ons pad. Vier herten op een tiental meter staren ons vanaf een tiental meter aan. Onnatuurlijk langzaam verwijderen ze zich. Blijkbaar schrikt het lawaai van fietsen hun niet meer op. Dat kan ook moeilijk anders als je weet dat hier elke minuut een vliegtuig over de boonkruinen scheert. Aan de bosrand op het hoogste punt van het Stadtwald komen we voorbij de Goethetoren. Vanaf het Goethe-huis in het centrum is een Goethe-wandeling uitgezet langsheen de voornaamste plekken waar Goethe zoal vertoefde tot hier naar boven. In zijn jeugdjaren was de toen genaamde heksenhoek een onheilspellende plek die een zekere aantrekkingskracht op hem had waardoor hij hier veel vertoefde. In 1860 kreeg de plek daarvoor de naam Goetheruh. Met de bouw van de Goetheturm ging de rust echter verloren en in 1999 crexeberde de Schotse kunstenaar Hamilton Finlay op een plek een eindje van de toren verwijderd een rustbrengend kunstwerk in de vorm van een omgevallen zuil met erin een citaat uit de Goethex92s Faust II gegraveerd. Tot rust komen doe je al zittend op de zuil. We verlaten het bos en door stads- en tuinwijken dalen we naar de Main. Op de rivierpromenade zien we een voetstuk van een verwijderd standbeeld, dat denken we toch. Maar het opschrift x91ICHx92 wijst erop dat ieder hier zijn eigen kunstwerk kan fotograferen door een gepaste houding aan te nemen op het voetstuk. Aan het einde van de promenade ligt de Gerbermxfchle, een 16de eeuwse molen die in 1688 aan een leerlooier verpacht werd en zo zijn naam verwierf. Tegenwoordig is de molen uitgebreid tot hotel, restaurant en bistro met een fantastisch terras aan de Mainoever. Hier is voorbijrijden haast een zonde. Even volgen we de Main-Radweg en na de passage van een oude industriehaven in Offenbach steken we de rivier over. Het gaat een tijdje onverhard door de groene binnenkant van de Fechenheimer Mainbogen, een grote meander. Na het dorp wisselen we de Mainoever in tegen het Fechenheimer Wald, het Enkheimer Wald en Enkheimer Ried, een broekgebied, richting Berger Rxfccken. Het is puffen op de steile grindweg de heuvelrug omhoog. Maar boven is het heerlijk fietsen met weidse uitzichten op het Taunusgebergte met Groxdfer Feldberg 879 m en zijn 34 meter hoge uitkijktoren. Plotseling ontwaren we een drukte van jewelste bij een parkeerplaats midden ter velde. Nieuwsgierig volgen we het wegje doorheen de stadstuintjes x85 naar het Lohrpark, een groenrecreatie met barbecuezone en uniek panorama op de skyline van Frankfurt. Een hemels uitstapplekje waar het fijn vertoeven is bij zonnig weer. De Lohrberg is de laatst overgebleven wijnberg en goed voor 10000 flessen Lohrberger Riesling wijn op jaarbasis. De Lohrberg Schenke met terras aan de heuvelrand is dan ook de ideale plek voor een hapje en een drankje. Aan de andere rand van het park in het Main Apfel Haus kan je dan weer terecht voor op ambachtelijke wijze geproduceerde appelwijn. Aan de andere kant van de bergrug stroomt de sterk meanderende Nidda. De Nidda-Radweg volgt natuurgetrouw de rivier voorbij menig recreatiegebied, zwembad en speeltuin. Zo zijn er ondermeer het Nord-Park Bonames, het oude vliegveld Kalbach, het zwembad Heddernheim, het Rxf6delheim Brentanopark, Solmspark en de Hxf6chst Bolongaro Garden. Bij een voederplaats voor eenden aan de rand van een woonwijk zijn we getuigen van de vraatzucht van twee muskusratten die de oever beklimmen om het voor de eenden bedoelde brood op te eisen. In Hxf6chst nemen we de veerboot over de Main en via een nieuw breed fietspad langsheen het industriegebied Hxf6chst bereiken we de natuurgebieden Schwanheimer Dxfcneen Schwanheimer Wiesen aan de rand van het Stadtwald, x85 en zo is de cirkel rond.

Main en Stadtwald

Vandaag fietsen we een stukje over Duitslands eerste vijfsterren fietsroute, de Main-Radweg. Dit is meteen de hoogste kwaliteitsquote die een Duitse fietsroute kan krijgen. Verharde fietspaden, probleemloos toegankelijk voor fietsen met bagage- en fietskarren is xe9xe9n van de vele normen waar de fietsroute aan moet voldoen. De Main-Radweg volgt uiteraard de rivierloop van nabij. Om daar te geraken nemen we de plaatselijke fietsweg F6 die Neu-Isenburg verbindt met Frankfurt stad. Bij de Schaumainkai, de zogenaamde museumoever, volgen we de Main-Radweg stroomopwaarts op de parkrijke oeverpromenade onderaan de keermuren. Hier genieten opnieuw van de unieke blik op de rivier, de Mainbruggen en de wolkenkrabbers. We fietsen ook vandaag aan de Gerbermxfchle voorbij maar blijven nu op de Offenbacher oever daar waar de Grxfcngurtel de rivier oversteekt. Langs ons loopt een buiten gebruik geraakt treinspoor dat plots in een pirouette recht omhoog de lucht inschiet. Een originele manier om een oude industriegetuige te verwerken tot kunstobject. We krijgen een landelijker landschap met akkers en weiden. Treurwilgen en populieren die ooit om en om op de oever zijn aangeplant, ontnemen ons een tijdje het zicht op de rivier. We verlaten de Main-Radweg en volgen de Hessischer Radfernweg R4 (langeafstandsfietsroute) bovenop de dijk langs het beekje de Rodau richting centrum van Mxfchheim. We blijven het beekje volgen tot waar de Bieber, een ander beekje, zich bij de Rodau voegt. Het is even goed opletten om het cijfertje x917x92 te ontwaren dat de Sxfcdhessen-Route nr. 7 aanduidt. Een andere mogelijkheid is hier verder de Rodau te volgen via de fietsroute x91Rhein-Main-Vergnxfcgen 9×92 die net voor de Kxe4smxfchle weer samenkomt met onze route. De oude kaasmolen is de ideale stop om te lunchen. De eenzaam gelegen molen lijkt een geliefde inkeermogelijkheid te zijn voor fietsers en wandelaars. De bewegwijzering in de gemeente Bieber is niet vlekkeloos, maar groene fietshandwijzertjes geven uitsluitsel. Deze leidt ons naar de stadstuintjes van een kleintuinvereniging met opnieuw enkele aardige mogelijkheden tot inkeren. Een spoorweg volgend komen we in Heusenstamm waar we het barokke slot Schxf6nborn aanschouwen. De spoorlijn snijdt de brede kasteellaan die aan de overzijde doorloopt naar de oude kasteelvijver. Aan het hek op het einde van het kasteelpark is het even zoeken naar de fietswegwijzer richting Neu-Isenburg annex Sxfcdhessen-Route nr. 6. We fietsen nu langs het oosten het immense Stadtwald binnen. Er volgt een mix aan bospaden en x96wegen en op xe9xe9n der kruispunten nemen de uit de andere richting komende langeafstandsfietsroute R8 naar rechts. Even verder is het opletten en geduldig afwachten tot we een gaatje in het verkeer vinden om een drukke verkeersweg over te steken. In de bosrand rijden we vervolgens aan de gemeente Neu-Isenburg voorbij. We houden even halt bij het recreatie- en speelpark Tannenwald waar we naar een speelplein staren waar tientallen waterfonteinen uit kunststoffen beelden metershoog de lucht in spuiten en het plein rijkelijk besproeien. Dit is ideale plek om af te koelen bij extreme hitte. Nog even door het bos terwijl alle minuten wel een vliegtuig over ons scheert en onze tocht zit er op. We kijken terug op een gevarieerd weekend. De confrontatie met de groene contrastrijke stad Frankfurt en omgeving was een aangename opsteker en een fietsweekend of korte fietsvakantie zeker waardig.

 

Info:

Tourismus+Congress GmbH Frankfurt am Main, Kaiserstraxdfe 56, D-60329 Frankfurt am Main, tel:+49 69 21 23 03 98, www.frankfurt-tourismus.de

Wij logeerden in het gemakkelijk bereikbare Holiday-Inn Airporth-North nabij de vlieghaven en direct aan de Grxfcngurtel.
De door ons gemaakte groene routes:
De groene binnengordel doorheen de stadsparken in het centrum vanaf het Holiday-Inn hotel en terug (33,6 km)
Van de Grxfcngurtel (67,5 km) rond de stad is er een vrijetijdskaart op schaal 1:20000 verkrijgbaar
De Main-Radweg in combinatie met Sxfcdhessen- en locale routes (51 km)

Foto’s, kaartje en GPS-tracks: zie http://users.telenet.be/fietscontreien

 


By on 20:43
De helden van de Argonne

De helden van de Argonne

Fietsarrangement VOS Travel

Loopgrachten en mijnkraters, om de haverklap een militair kerkhof of een oorlogsmonument. De Argonne draagt vandaag nog de gevolgen van de Grote Oorlog. De tijd is hier gruwelijk lang blijven stilstaan. Het fietsarrangement van VOS Travel in Chxe2tel-Chxe9hxe9ry vertelt ons er alles over!

Sgt Alvin York, de held van Chxe2tel-Chxe9hxe9ry

Somme, IJzer en Argonne met Verdun waren de meest dramatische slagvelden tijdens de Grote Oorlog (1914-18). De omgeving van Chxe2tel-Chxe9hxe9ry was het strijdtoneel van de Oostelijke Argonne waar Castle Hill en Hill 180, twee heuvels die de omgeving controleerden, door de Duitsers bezet waren. De Amerikanen bereidden vanuit het dorp de aanval voor die er kwam op 7 oktober 1918 en veroverden Hill 180 maar werden, ondanks zware verliezen van de Duitsers, teruggeslagen op Castle Hill. De Duitsers planden een tegenaanval op 8 oktober, maar voor deze kon plaatsvinden trok een Amerikaanse patrouille richting Duitse stellingen die de Amerikanen bestookten met machinegeweren. De 17 man sterke patrouille splitste in driexebn waarvan acht soldaten uitgeschakeld werden. Enkel de groep met korporaal Alvin York bleef overeind en weet achter de Duitse stelling te komen en de mitrailleur uit te schakelen. Door de snelheid en het verrassingseffect van deze aanval denken de Duitsers te maken te hebben met een grote overmacht en geven zich spontaan over. York en zijn overgebleven manschappen keren uiteindelijk met 132 Duitse soldaten terug naar Chxe2tel-Chxe9hxe9ry. Hiervoor kreeg hij meerdere hogere onderscheidingen en werd bevorderd tot Sergeant. Vanuit het dorp loopt de x91Sgt York Historic Trailx92x92, een 3 km lang aangelegd wandelpad, in de voetsporen van de 17 man sterke patrouille van de 82ste Amerikaanse Divisie.

Loopgrachten en mijnenoorlog

De eerste route uit het programma is een kennismakingsroute die qua afstand geschikt is om bij tijdige aanreis in de namiddag nog af te haspelen. Dit is bij ons niet het geval en we verschuiven deze naar de laatste dag bij afreis. Hierdoor schuiven we de extra route met betrekking tot de oorlogsmonumenten- en kerkhoven in het ca. 40 km hier vandaan verwijderde Verdun aan de kant.
We starten dus met de tweede route met het woud van de Argonne als hoofdbrok, een lang gerekt heuvelbos tussen de rivieren Aisne en Aire. Nu een groene woestenij waar het heerlijk rustig fietsen is, maar waar destijds in 1914-18 een gruwelijke stellingenoorlog plaatsvond met gevechten boven en onder de grond. Volledige dorpen verdwenen van de kaart, de inwoners ontvluchtten de onmenselijke strijd. Leegloop teisterde toen en nu nog de dorpen en wij, eenzame fietsers, rijden door het golvende weidelandschap door de vallei van de Aire de naar Varrenes. Hier vond in 1791, ten tijde van de Franse Revolutie, de arrestatie plaats van koning Lodewijk XVI toen hij met zijn gezin Parijs trachtte te ontvluchten naar Montmxe9dy om aan het hoofd van een loyaal leger terug te keren naar de Franse hoofdstad en de macht te herwinnen. De zoon van de postmeester Drouet herkende hem echter, met tot gevolg de gevangenneming van Lodewijk XVI en gezin aan de Tour de lx92Horloge, de klokkentoren bij de brug op de hoofdweg. Veel minder triomfantelijk dan verwacht, keert hij terug naar Parijs waar hij en Marie Antoinette in 1793 onder de guillotine hun hoofd verliezen. Ietsje hogerop bovenop een rots staat een oorlogsmonument geschonken door de staat Pennsylvania ter nagedachtenis van de bevrijding van Varennes op 26 september 1918. En nog een straat verder ligt het Argonne Museum dat beide gebeurtenissen verhaalt maar ook aandacht schenkt aan de streek. De route in hetroad boek gaat nu richting woud, maar op een heuvel niet ver van de stad ligt de, de Butte de Vauquois, xe9xe9n der meest aangrijpende ‘oorlogsmonumenten’ van het Westelijk Front van de Argonne. De heuvel bood een onbelemmerd uitzicht naar alle richtingen en was dus van strategisch belang. Dit leidde tot een stellingenoorlog waarbij Duitsers en Fransen, boven op de kapotgeschoten heuvelrug, elkaar het leven volkomen onmogelijk maakten. De loopgraven lagen slechts een steenworp van elkaar. Geleidelijk aan groeven de partijen zich in en verplaatste de strijd zich onder de grond. 17 kilometer mijnschachten doorboorden de heuvel van Vauquois waarin een gruwelijke mijnenoorlog plaatsvond met maar liefst 519 explosies. Waar eens het kleine dorpje Vauquois gelegen was, staat nu een troosteloze heuvel die compleet in tweexebn is gespleten door een rij van 13 enorme kraters. Na dit lusje komen we dan in het woud terecht. Een wegwijzer wijst naar de Abri du Kronprinz, een bunker waar de Kroonprins, zoon van de Duitse keizer en aanvoeder van de Duitse troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef.
We fietsen dieper het woud in richting Kaisertunnel, xe9xe9n van de tunnels om troepen veilig te verplaatsen. Zowel Duitsers als Fransen hebben vele tunnels aangelegd in de Argonne. Varixebrend van kleine tunneltjes die toegang gaven aan een netwerk van mijngangen tot aan een enorm ondergronds complex als de Franse Lecomte-tunnel. Het merendeel van de tunnels is nu niet meer toegankelijk, de Kaisertunnel is de enige die is opengesteld voor het publiek.

Een ‘Poilu’, moedig en manhaftig

Langs de weg in het bos herkennen we nog duidelijk de loopgraven en schuttersputten. Op de Haute Chevauchxe9e is het belangrijkste monument in dit bos te vinden: het Memorial geweid aan de verdedigers van de Argonne, herdenkt 150.000 Franse gevallenen. Het negen meter hoge monument is voorzien van een buste van een ‘Poilu’ die met zijn handen een zwaard vasthoudt welke door een kruis wordt gedragen. Een ‘Poilu’ is een bekende Franse uitdrukking uit WO I voor de moedige of de manhaftige. Aan de zijkanten van het monument zijn de nummers van 275 Franse regimenten, 18 Italiaanse regimenten en de 32 Amerikaanse divisies gegraveerd welke ingezet zijn in de Argonne sector. De crypte van het memorial bevat een ossuarium of knekelhuis met de overblijfselen van enkele duizenden onbekende soldaten. Achter het monument worden we opnieuw geconfronteerd met een reliek van de drieste mijnenoorlog, een vijftig meter brede en elf meter diepe Duitse mijnkrater. Op de rand staat een groot houten kruis met in het Frans het opschrift x91Voor alle gevallenen in de Argonnex92. We vervolgen onze weg door het bos tot aan de Franse erebegraafplaats La Forestixe8re. Achter een rij blauwe en roze hyacinten staan uitgelijnd betonnen grafkruisen met metalen naamplaatjes erop. We nemen de brede grindweg naar Lachalade dat in de vallei van de Aisne ligt en waar we het Garibaldi monument tegenkomen. Dit monument herdenkt Constante en Bruno Garibaldi, kleinzonen van Giuseppe Garibaldi, xe9xe9n van de grondleggers was van de Italiaanse xe9xe9nwording. Zijn zoon Ricciotti bood zijn diensten aan Frankrijk aan en richtte een legioen van Italiaanse vrijwilligers op, ‘De Garibaldis’. Nu volgt een mooie vlak wegje gescheiden door natte weiden de rivier. We passeren de nederzetting La Harazxe9e met een beetje achterin verborgen het nationale kerkhof, waar veel Aziatische strijders in de strijd werden ingezet. Ernaartoe staat een mooie met rode geraniums opgesmukte Lavoir (wasplaats).

Het verloren bataljon

Van Vienne-le-Chxe2teau naar Binarville snijden we een grote meander af door steil omhoog de heuvel over te steken. Al snel begrijpen we het nut voor deze krachtinspanning. Langs de weg staat een Franse begraafplaats en Ossuaire de la Gruerie met de knekels van meer dan 8600 doden. Aan het einde van het bos links het lugubere Duitse kamp Moreau. Aan de ingang is een loopgracht gereconstrueerd, staat een wachthokje, een monument met adelaar en nog enkele andere attributen die het Duitse kamp initixebren. We dalen terug de vallei in naar Binarville waar we over de waterscheiding door het woud opnieuw van het Aisne dal naar de vallei van de Aire moeten. In de klim staat langs de weg een gedenksteen ter ere van de x91The Lost Battalionx92, waarover in 2001 een speelfilm is gemaakt. Deze gaat over de Amerikaanse troepen van majoor Charles W. Whittlesey die op 2 oktober 1918 de opdracht kregen een doorbraak te forceren in het bos van Argonne. Slechts xe9xe9n bataljon slaagt erin de Duitse linies te doorbreken en het gestelde doel, de ruxefnes van de molen bij Charlevaux, te bereiken. Alle andere legereenheden worden door de hevige Duitse tegenstand afgeweerd en teruggedrongen. Het doorgebroken bataljon bleek in het bos volledig omsingeld te zijn en postduiven waren de enige manier om contact te onderhouden met het hoofdkwartier. De Amerikaanse generaal Alexander loog het ‘verloren bataljon’ voor dat de Fransen de flanken dekten waardoor de Amerikanen bleven doorvechten. Pas na vijf dagen wanhopige gevechten sloegen versterkingen erin hen te ontzetten. Slechts 194 van de oorspronkelijk meer dan 500 Amerikanen verlieten levend het bos. Op het einde van het bos houden we halt bij de Duitse begraafplaats van Apremont waar 1111 Duitse soldaten rusten. Tegenover het kerkhof bevond zich het Duitse kamp Borriswald.

De ultieme vlucht van Cher Ami

De laatste duif die majoor Whittlesey tot zijn beschikking had was Cher Ami, een van de 600 duiven die het Amerikaanse leger inzette tijdens de Eerste Wereldoorlog. Deze duif dankt zijn faam aan die keer dat hij een noodkreet van de omsingelde majoor Whittlesey over vloog om de bombardementen van de eigen artillerie op hem en zijn manschappen te doen ophouden. Tijdens die vlucht kreeg Cher Ami het zwaar te verduren. Zwaar gehavend bracht de duif alsnog de boodschap over. Hij redde zo het leven van de overgebleven 194 mannen. De heldhaftige duif verloor bij deze actie een oog en een pootje.

Witmarmeren kruizen

De volgende rit steken we de Aire over om over de heuvels naar de Maas te fietsen. Net voor de rivier komen we voorbij de Cistercixebnzerabdij van Chxe9hxe9ry met daarachter de grote abdijboerderij, het grootouderlijke huis van onze kasteelheer waarvan grootvader het kasteel kocht om zijn oude dag te slijten. Mooie drie meter brede asfaltwegjes, het lijken wel brede fietspaden, doorheen een idyllisch beekvalleitje brengen ons de vallei uit. De trend is gezet van wat later een pittig maar aller-aardig toertje blijkt te zijn.
De grootste Amerikaanse militaire begraafplaats in Europa bevindt zich in Romagne-sous-Montfaucon. Hier rusten 14246 gesneuvelde Amerikaanse militairen uit WO I, verdeeld over acht met lindebomen omgeven velden. Ieder graf draagt een wit marmeren kruis, de velden zelf zijn bedekt met onkruidvrij gras. Voor joodse graven heeft de top van het kruis de vorm van een Davidsster. We fietsen half rond de begraafplaats en merken hoe nauwkeurig de kruisen gelijnd zijn, vanuit om het even welke invalshoek. Aan de zuidzijde van het kerkhof bevindt zich een herdenkingsgebouw met tienduizenden namen van vermiste soldaten. Onze weg loopt midden door het kerkhof, aan de toegangen staan telkens twee witkrijten torens met x91Eaglesx92 erop. Het dorpje Cunel ligt boven op de waterscheiding en leidt de afdaling in naar het nationale kerkhof van Brieulles-sur-Meuse. Dit is meteen ook het keerpunt van deze tocht. Gelukkig is de klim de vallei uit minder steil dan de afdaling. Onderweg staat nog een monument ter ere van de 4de U.S.-Divisie en op een kruispunt in Nantillois xe9xe9ntje van de staat Pennsylvania met ertegenover een Franse herdenkingsobelisk. Maar ons doel is het Memorial de Montfaucon, geplaatst op de heuvel (Hill 336) ter herinnering aan het Meuse-Argonne-offensief gedurende WO I dat de Amerikaanse overwinning inleidde. De ruim 54 meter hoge toren is gemaakt van graniet in de vorm van een Dorische zuil. Bovenop staat een vrijheidsbeeld, een Statue of Liberty. De top van de toren is te bereiken door een 234 treden tellende trap. Vanuit de toren is het grootste gedeelte van het slagveld zichtbaar. De op de stenen balustrade aangebrachte plaatsbenamingen helpen ons te orixebnteren. Achter de toren staat de ruxefne van wat eens het klooster was, van de resten van de andere gebouwen van het oude dorp bouwden de Duitsers observatieposten. Korte pittige heuveltjes, valleitje in en uit, brengen ons terug naar Chxe2tel-Chxe9hxe9ry. Naderhand beseffen we dat we hier een stukje fietsten beschreven in de fietsgids x91De groene valleienroutex92.

Groene valleien

Voor onze derde rit dwarsen we het woud van Argonne nog eens. Het gaat onmiddellijk de waterscheiding hoog het prachtige loofbos in over een subliem asfaltstraatje met metershoge varens en wilde bloemen langs de kant. Ook langst de kronkelende Aisne is het leuk fietsen. Vergelijkend met gisteren bestempelen we deze tocht als de minst zware, voor zeer lange tijd zelfs vrij vlakke rit. Het is wel de langste uit het gamma, maar inkorten is tweemaal mogelijk en wij vonden zelfs nog een derde mogelijkheid. Keerpunt is Vouziers, de geboortestad van de Franse filosoof Taine. Roland Garros, die in 1913 als eerste de Middellandse Zee over vloog en naar wie het Parijse tennistornooi vernoemd is, neergehaald in een luchtgevecht op 5 oktober 1918 in het nabijgelegen Saint-Morel ligt op het kerkhof begraven. Vanwege de slechte weersvoorspelling en de wel erg grauwe luchten besluiten we de route in te korten. Terugkeren doen we op de andere oever en zonder het te weten fietsen we opnieuw een stuk van x91De groene valleienroutex92. De route langs weerszijde van de Aisne loopt in een prachtig rivierlandschap met breed overstromingsgebied, hoger gelegen weiden, akkers en slapende dorpjes. We snijden een enorme meander af over een heuvel heen en komen zo in de vallei van de Aire terecht. Deze vallei is minder vlak en er volgen enkele pittige kuitenbijtertjes. We nemen even een kijkje bij het kasteel van Grandprxe9 maar dan begint het stijf te regenen waarbij we de laatste kilometers kletsnat afploeteren. Geen erg want het kasteel van Cornay waar de keizerlijke kroonprins verbleef, bekijken we morgen op onze laatste rit wel van naderbij. Die verloopt in omgekeerde richting naar Cornay. Een extra lusje in het omliggende heuvelland via Saint-Juvain en Grandprxe9 kruipt goed in de benen. We fietsen ten aanzien van gisteren op de andere oever van de Aire naar de monding in de Aisne. Terug gaat het langs de Aisne en over de waterscheiding door het woud, in omgekeerde richting aan de voorgaande route.

Info:

VOS Travel organiseert individuele fietsvakanties met kwalitatief goede hotels tegen betaalbare prijzen. Anders dan anders is dat je hier niet in een hotel verblijft maar in een gastenkamer op een kasteel. Het arrangement x91Kasteelheer in de Argonnex92 bestaat uit vier overnachtingen in half pension (3-gangenmenu + kaastafel) inclusief een halve fles wijn per persoon. Zoals het in de meeste Franse chambres dx92hxf4tes beaamt, serveert gastvrouw Simone fijne gerechten inclusief heerlijke desserts aan de gezamenlijke tafel. Echtgenoot Jacques presenteert met trots zijn uitgebreide wijnkaart met oudere gerenommeerde wijnen die hij aanbiedt tegen gunstprijs. Ben je wijnliefhebber dan kom je hier zeker aan je trekken, want de prijzen zijn sinds aankoop niet meer aangepast. Achteraf spreidt Simone enkele landkaarten open om de routes uit te leggen en overlaadt ze de fietsgasten met vele tips. x92s Morgens wacht ons een licht Frans ontbijt met croissants, geroosterde stukjes baguette, geslagen kaas, confituren, ontbijtgranen, …
De ligging van het kasteel van Chxe2tel-Chxe9hxe9ry is zondermeer schitterend met een fabuleus panorama over de vallei van de Aire en het erachter liggende heuvelland. Fietsen huren kan ter plaatse, maar de Franse huurfietsen (Gitane) zijn niet meer van de nieuwste en hebben al heel wat kilometers ondergaan. Dus best je eigen fietsen meenemen. De vier voorgestelde routes zijn 39 tot 69 km lang. Een extra route vanuit Verdun naar de belangrijkste monumenten en begraafplaatsen bedraagt 33 km.
Per post toegeleverd ontvingen we op voorhand een roadboek inclusief allerlei praktische informatie en noodnummers, de ING topgrafische kaart nr. 105 uit de reeks Top 100 en enkele infobrochures met betrekking tot de streek en de steden Verdun en Vouziers.

De voorgestelde routes:
Kennismaking met de omgeving van Chxe2tel-Chxe9hxe9ry (39,2 km);
Aanhouding Lodewijk XVI en slagveld x91La Haute Chevauchxe9e (50 km) (onze variante met extra lus naar de heuvel van Vauquois bedroeg 62 km);
Vallei van de Aisne (68,6 of 58,1 of 48 km) (zoals wij ze fietsten 61,5 km);
Amerikaanse oorlogsmonumenten (51 km);
extra route vanuit Verdun (33,8 km)

Inlichtingen: VOS Travel Belgixeb, Westlaan 415, B-8800 Roeselare, tel: +32 (0)51-24 03 40, info@vostravel.be, www.vostravel.be

Foto’s en kaartje zie http://users.telenet.be/fietscontreien


By on 20:33
Fietsen in Sudtirol in combinatie met trein

Fietsen in Sudtirol in combinatie met trein

Aaneensluitende fietsroutes Eisack-, Etsch- en Pustertal

Vlakke fietscircuits in lusvorm zijn ondenkbaar in een bergstreek als het Italiaanse Sxfcdtirol. Langs de grote rivieren lopen fietswegen waar het openbaar vervoer een uitweg kan betekenen. Wat en hoe kan je lezen in een fietsreportage vanuit het centraal in Sudtirol gelegen historische Klausen.

Klausen

Klausen is sind 2002 opgenomen in de vereniging van mooiste historische steden van Italië. De oudstad ligt tegen de rivier gebouwd. De noordelijke stadspoort geeft toegang tot de smalle hoofdstraat van het middeleeuwse stadscentrum. Het centrum is volledig voetgangerszone, maar fietsen is er toegestaan. De Eisack-fietsweg die de oever van de rivier volgt loopt er trouwens doorheen. Boven het centrum op een solitaire rots ligt het imposante klooster Sxe4ben met barokke Lievevrouwenkerk, de tweetoornige domkerk en de romaanse Heiligkruiskerk. Onze hotelier noemt het met trots de Akropolis van Sxfcdtirol. Het hoog gelegen klooster geeft een heerlijk uitzicht over het Eisackdal. Vanuit het centrum van Klausen leidt een trappensteeg langsheen de sprookjesachtige burcht Branzoll. Gevolgd door een steil keienwegje doorheen de wijngaarden naar de Lievevrouwenkerk, de laagst gelegen kerk van het klooster. Het gaat langs de kloostermuur verder omhoog. Enkele rotstunneltjes geven toegang tot een kleine binnenkoer, trapjes leiden naar de andere kerken. Bij de domkerk staan twee picknicktafels met rustbanken. Bijzonder mooi is de romaanse Heiligkruiskerk met kleurrijke fresco’s. Klausen is ideaal gelegen om de mooiste fietsroutes te ontdekken doorheen Sudtirol. Met combinatie van de trein zijn we op dagfietsafstand verwijderd van Meran (Merano), Toblach (Tobiaco) en de Brennerpas.
Aan de zuidrand van het stadje ligt het fietshotel Der Rierhof met rechtstreekse verbinding tot de Eisackradweg, een echte aanrader kwaliteit/prijs Na een inspannende fietstocht is het heerlijk ontspannen in het buitenzwembad of recreatiebinnenbad, de verscheidene saunax92s of even bijkomen op het aangename zonneterras. Het hotel bezit een immense afgesloten garage voorzien voor fietsen en motors, toegankelijk met elektronische sleutelkaart voor klanten. Het hotel werkt samen met een fietsenhandelaar en hotelklanten kunnen fietsen huren aan gunstprijs van x80 5 per dag, ook kinderfietsen.

Der Rierhof; Familie Schenk, Fragburg 7, I-39043 Klausen (BZ), Sxfcdtirol / Italien, Tel: +39 0472 847454, info@rierhof.it, www.rierhof.it

Het Eisacktal tussen Brennerpas en Klausen (68 km)

We zaten niet alleen op de trein met onze fietsen. De afdaling van de Brennerpas door het Eisacktal is xe9xe9n van de favoriete fietstochten in Sxfcdtirol. Zeker nu het bovenste deel van het dal tussen Brenner en Sterzing uitgerust is met een nieuw asfaltfietspad. Voor auto-, motor- en fietstoeristen blijft het dorpje Brenner een leuke bestemming om even halt te houden. Het grote verkeer raast er over de indrukwekkende Brennerautoweg voorbij, die ondersteund door ontelbare peilers een imponerende betonnen wegenbouwmonument blijft doorheen Tirol en Sxfcdtirol. Aan de zuidrand van Brenner wijzen wegwijzers ons de toegang tot het fietspad, aangelegd op een oud spoorwegbaantje. Trappen hoeft hier haast niet want het daalt gestatig. We fietsen daarbij door meerdere tunnels. Bij iedere tunnel staat een bordje met de lengte van de tunnel. Gossengas, het eerste stadje dat we tegenkomen, ligt beneden aan xe9xe9n van de zovele autowegviaducten. Links van de vallei hebben we zicht op de besneeuwde bergtoppen van de Dax Alpen met de Dax Spitze (2845 m) als hoogste. xc9xe9n kilometer voor Sterzing moeten we de verkeersweg op, de enige keer dat we een confrontatie aan moeten gaan met autoverkeer. Door de stadspoort de’Zwölferturm’ rijden we de voetgangerszone binnen. De toren draagt deze naam omdat iedere dag om twaalf uur de klok luidt. In de hoofdstraat zijn de daken van de huizen onttrokken door hoog getrokken voorgevels met kasteelachtige kantelen bovenop. Dit om na de stadsbrand van 1443 overslaande branden te voorkomen van en naar de andere straatkant. De voorgevels zijn in prachtige pasteltinten geschilders en zijn gedecoreerd met mooie erkers. Aan de zuidkant van de stad zien we links op een rots het kasteel Sprechenstein en voor ons aan de oever van de rivier het kasteel Reifenstein. De vallei is hier breder en het verval minder groot, maar al snel worden Eisack, autoweg, oude hoofdweg, spoorweg en fietspad opnieuw geprakt in een smalle kloof. Af en toe moeten we een hellinkje hoog maar overwegend blijven we dalen.
Waar de vallei op zijn smalst is fietsen we doorheen de Habsburgervesting Franzensfeste, een machtig verdedigingsbolwerk met massieve vesting op een rots op de rechteroever en een lager gelegen fort op de linkeroever, aangelegd door de Oostenrijkse Keizer Franz I om vijandelijke aanvallen uit het zuiden af te slaan.
Vanaf het recreatiemeertje Vahrner See fietsen we plotseling onverhard, op en neer en zigzaggend door een bos. Een wegwijzer geeft een afsteker aan naar het Klooster Neustift. We zigzaggen nu doorheen fruitplantages naar Brixen. Het Eisacktal tussen Brixen en Bozen is namelijk fruit- en wijngebied. Wat ons opvalt is de eigenaardige manier van leiden van de wijnranken, eerst vertikaal opgebonden en dan horizontaal overspannen. Langs een bomenlaan op de oever van de Eisack bereiken we Brixen, de oudste stad van Sxfcdtirol. De vierkantig omsloten stadsbouw van het oude centrum dateert uit 1039. De sierlijke smalle straten erin bezitten arcades, overdekte wandelpassages in de voorgevels verwerkt. Middenin ligt een rechthoekig domplein dat duidelijk in twee verdeeld lijkt, de geestelijke helft met zijn kerken en de burgerlijke met stadhuis, bibliotheek en burgerhuizen. Drank- en eettenten met picknicktafels staan over het plein verdeeld. Blijkbaar valt hier iets te vieren vandaag. Een lange rij mensen staan aan te schuiven, ook fietsers houden hier spontaan halt. ‘Gelato’, even later doen we ons tegoed aan een lekker Italiaans ijsje. We verlaten de stad langs waar we gekomen zijn, door de Michaelspoort onder de Witte toren. Het fietspad loopt verder over de oever van de rivier. De Eisack loopt nu in een bredere bedding maar is nog steeds een ruige, wilde rivier met vele stoomversnellingen. Rechts van ons liggen wijngaarden op steile hellingen met leuke dorpjes als Feldthurns en Verdings, daarboven haast loodrechte beboste bergflanken met kale bergruggen en toppen als Königanger (2436 m), Lorenzi Spitze (2483 m) en Kassian Spitze (2581 m) als hoogste. Even later fietsen we door de smalle hoofdstraat van Klausen, gesierd met erkers, klapluiken en smeedijzeren uithangborden naar het marktpleintje. Fietsertjes en pijlen op de grond leiden ons terug naar de rivier. Onstuimig en wild gaat ze hier tekeer, geprangd tussen steile rotsoevers. Al gauw komen we het fietswegwijzertje x91Der Rierhofx92 tegen, ons fietshotel dat via een toegangswegje 100 m verwijderd aan de overzijde van de hoofdweg omheen de stad ligt.

Van het Eisacktal in het Etschtal of van Klausen naar Meran (64 km)

We steken de straat over en we zijn al op route, in dalende lijn richting Bozen (Bolzano). Het fietspad is al even constructief aangelegd als de autoweg. Peilers, bruggen en tunneltjes volgen elkaar op. In een chicane van de rivier hebben we een heerlijke terugblik op het door wijngaarden omgeven klooster Sxe4eben. Na de volgende bocht ligt de Trostburg, een middeleeuwse burcht met hoofdgebouw, bijgebouwen, verdedigingswerk, rondtoren en vierkante donjon. Een mooi voorbeeld van ridderlijke bouwkunst. De Eisack blijft onstuimig, de betonwerken verrassend genoeg ook. Fietspad, autowegen en spoorweg lijken bij momenten in elkaar te vlechten. De Eisacktalradweg is een vrij recent fietspad en van Blumau tot Bozen hebben kunstenaars hun kunstzinnigheid de vrije loop gelaten op de zogenaamde kunstmijl aan de hand van sculpturen, zuilen, vlaggen, tekeningen en graffiti. Ons einddoel is Meran (Merano) en daarom laten we het stadscentrum van Bozen letterlijk rechts liggen. We beklagen het ons niet, het fietspad op de stadsmuur met prachtige parkaanleg langs de Eisack is gewoon genieten. Net voor de samenvloeiing met de Etsch nemen we de fietsafslag naar Meran en fietsen doorheen fruitplantages onderaan het slot Sigmundskron voorbij. Daarna gaat het een dijk omhoog tussen Etsch en spoorweg. Het dal is breed en het water van de Etsch stroomt beduidend kalmer dan de Eisack. De vallei ligt tussen twee bergruggen met vele rood granieten rotswanden en her en der een burcht. De vlakte zelf is xe9xe9n grote fruitplantage van overwegend appelen. We hebben in Bozen verzuimd om te picknicken en uiteraard blijven langs deze fietsweg de rustbanken uit. Na een hele poos zien we op een dieper aan het water gelegen grindplekje een massief rotstenen tafel met banken staan, we wanen ons even in het Flinstone-tijdperk. Tien kilometer voor Meran eindigt plots het fietspad. Wegwijzers blijven uit en het is de aandacht erbij houden om de eerstvolgende niet te missen. Net voor Meran volgen we een groen fietswijzertje dat ons richting centrum stuurt. Knap uitgekiend via pietluttige zijstraatjes en steegjes staan we in een mum van tijd in het levendige oude centrum van Meran, gelegen tussen het riviertje de Passer en de berg Segenbxfchel (Monte Benedetto). Langs het riviertje loopt de Passerpromenade voorbij aan het kuurhuis. Parallel hieraan liggen de twee belangrijkste voetgangersstaten Freiheitsstraxdfe en de Laubengasse. We fietsen door de Freiheitsstraxdfe, waar fietsen toegestaan is, voorbij aan de Sandplatz naar de Passerpromenade. Het water loopt een stuk lager tussen twee rotswanden waar kajakkers de kolkende rivier trotseren. We nemen een kijkje vanaf de oudste brug van de stad, de Ponte Romana. We draaien ons om en rijden door het Passeirer Tor, xe9xe9n van de vier stadspoorten, naar de kleine Pharrplatz waar enkele kleine winkelstraten toekomen. We zitten nu volop in de voetgangerszone en volgen het voorbeeld van vele andere fietsers, namelijk fietsen aan de hand en wandelen. Hier vertrekt de Laubensgasse, gebouwd in de 13de E onder Meinhard II, graaf van Tirol. Dit smalle winkelstraatje, al in de middeleeuwen de levensader der handelaren, verbindt de Pharrplatz met de Kornplatz en bezit links en rechts meerdere verstoken kleine passerelles met ludieke winkeltjes. Aan het einde van xe9xe9n van deze passages zetten we ons tegen een buitenmuur aan een tafeltje van een klein cafeetje naast een exclusief bloemenwinkeltje. Cafxe9 excellent, de ideale plek om te om op adem te komen voor onze terugreis per trein naar Klausen.

Door het Pustertal van Toblach naar Klausen (88 km)

Het is zondag wanneer we afreizen naar Toblach (Dobbiaco). Vlaamse hotelgasten die al vijf jaar hier komen fietsen, vertellen ons dat zondags Toblach een dode stad is. Maar omdat op zondagen en feestdagen praktisch geen bussen rijden maar wel treinen, hebben we de weekdagen voorbehouden voor onze geplande bergwandelingen waarvan we later wel eens berichten. Dus dood of niet dood, we fietsen op zondag. Starten in Toblach (1210 m), betekent starten op het hoogste punt van de Pustertal-Radweg, op de waterscheiding tussen Rienz en Drau. De start is veelbelovend. Een bosje met overdekte fietsenstalling annex picknicktafel, een asfaltbaantje doorheen wilde bloemenweiden en een roze fiets die je wegwijs maakt naar een cafxe9 met gastenkamer. Langs de route staan grote panelen met routeoverzicht en hoogtegrafiek van de Pustertal-Radweg. Overwegend dalen leiden we hieruit af. Een pluspunt van deze route is dat hij haast langs alle stations passeert waar de trein langskomt. Je kan dus zo op de route inpikken of eender waar afbreken. Alle plaatsnamen zijn in het Duits en Italiaans weergegeven en in de stations roepen ze de berichten om in beide landstalen. In Oberolang hebben we de keuze tussen dalroute en panoramaroute. Wij fietsen naar beneden, een goede keus met een prachtig grindpad langs de rivier. In een beboste meander met een mooie houten brug staan verscheidene rustbanken in de zon, tijd om te genieten en onze lunchpakketten boven te halen. We fietsen verder langs de rivier naar Bruneck (Brunico). Achter de stadspoort bij de brug ligt een levendig stadje met smalle straatjes en pleintjes met leuke terrasjes. Boven de stad ligt het dominante slot Bruneck. St. Lorenzen valt op door zijn drie kerktorens in rij en de ruxefne Michelsburg. We dalen gestaag tot we een vlakte bereiken met links en rechts immens hoge haast loodrechte valleiwanden die langzaam naar elkaar toe lopen. Tot we in een engte bij de Mxfchlbacher Klause komen, een rechthoekige haast onmogelijk te omzeilen verdedigingswerk dat in de loop van de eeuwen dienst deed als vesting, straatblokkade en tolburcht. Bij Mxfclbach fietsen we via een parallelwegje omheen het centrum en dan een helling hoog. Een groene alm op, hoog boven de rivier. Het uitzicht op de omgeving is zo majestueus dat we er even bij gaan zitten op xe9xe9n van de rustbanken. De samensmelting van het Pustertal en het Eisacktal staat bekend als een druk verkeersknooppunt, maar deskundig worden we afgeleid naar een zijweg richting Franzenfeste. We fietsen letterlijk doorheen de vesting en sluiten aan op de Eisacktal-Radweg. De volgende 20 km tot Klausen kennen we al van onze eerste tocht. Donkere wolken overtrekken de vallei in Brixen en we gaan wat harder op de trappers staan waardoor we gelukkig net buiten bereik van het onweer blijven. Ons geluk houdt niet op, wanneer we in ons hotel aankomen en plaatsnemen op het zonneterras voor een drankje, mogen de hotelklanten gratis aan het taartbuffet aanschuiven.

Gebruik van de Mobil Card

Een Mobil Card is een soort betaalkaart, die je toelaat xe9xe9n, drie of zeven dagen onbeperkt gebruik te maken van het openbare vervoer inclusief enkele zeil- en tandradbanen. Waar de Mobilcard enkel telt voor het openbaarvervoer en bepaalde zeilbanen in het Eisacktal, geeft een Museummobil Card recht op toegang tot 78 museums en met een Bikemobil Card kan je voor de betaalde periode terecht bij 41 fietsverhuurders met opschrift ‘Sudtirol Rad’ om een fiets uit te lenen en in te leveren naar willekeur over de andere verdeelpunten (www.suedtirol-rad.info). Voor het fietsvervoer op het openbaar vervoer moet je echter altijd een afzonderlijke kaart aankopen van x80 4 die de ganse dag geldig blijft. De regionale treinen voorzien voor fietstransport hebben 10 of 18 stelplaatsen. Vele fietsers maken gebruik van deze regionale treinen en het kan dan ook gebeuren dat de fietswagons tijdens de zomermaanden vol gestouwd zitten. De vele verdeelcentra van huurfietsen zijn dan ook een alternatief om dit euvel te vermijden. De Mobilcard is te verkrijgen bij bus- en treinstations, de fietsverdeelpunten en toeristische diensten. www.mobilcard.info

Prijzen 2011 (-14j = xbd prijs) 1 dag 3 dagen 7 dagen
Mobil Card x80 18 x80 22
Museummobil Card x80 20 x80 25
Bikemobil Card x80 24 x80 30 x80 34

Voor drie fietstochten nemen we de trein vanuit Klausen. Naar de Brennerpas en Meran zijn om het uur rechtstreekse verbindingen, naar Toblach is er een overstap in Franzensfeste. Voor reisinformatie www.suedtirolbahn.info

Informatie over Klausen en Sxfcdtirol vind je op www.klausen.it en  www.suedtirol.info

Voor kaartje en foto’s zie http://users.telenet.be/fietscontreien

14 juni 2011
By on 14:00
Fietsen in Südtirol in combinatie met trein

Fietsen in Südtirol in combinatie met trein

Aaneensluitende fietsroutes Eisack-, Etsch- en Pustertal

Vlakke fietscircuits in lusvorm zijn ondenkbaar in een bergstreek als het Italiaanse Südtirol. Langs de grote rivieren lopen fietswegen waar het openbaar vervoer een uitweg kan betekenen. Wat en hoe kan je lezen in een fietsreportage vanuit het centraal in Südtirol gelegen historische Klausen.

Klausen

Klausen is sind 2002 opgenomen in de vereniging van mooiste historische steden van Italië. De oudstad ligt tegen de rivier gebouwd. De noordelijke stadspoort ‘Säbenicher Tor’ geeft toegang tot de smalle hoofdstraat van het middeleeuwse stadscentrum. Het centrum is volledig voetgangerszone, maar fietsen is er toegestaan. De Eisack-fietsweg die de oever van de rivier volgt loopt er trouwens doorheen. Boven het centrum op een solitaire rots ligt het imposante klooster Säben met barokke Lievevrouwenkerk, de tweetoornige domkerk en de romaanse Heiligkruiskerk. Onze hotelier noemt het met trots de Akropolis van Südtirol. Het hoog gelegen klooster geeft een heerlijk uitzicht over het Eisackdal. Vanuit het centrum van Klausen leidt een trappensteeg langsheen de sprookjesachtige burcht Branzoll. Gevolgd door een steil keienwegje doorheen de wijngaarden naar de Lievevrouwenkerk, de laagst gelegen kerk van het klooster. Het gaat langs de kloostermuur verder omhoog. Enkele rotstunneltjes geven toegang tot een kleine binnenkoer, trapjes leiden naar de andere kerken. Bij de domkerk staan twee picknicktafels met rustbanken. Bijzonder mooi is de romaanse Heiligkruiskerk met kleurrijke fresco’s. Klausen is ideaal gelegen om de mooiste fietsroutes te ontdekken doorheen Südtirol. Met combinatie van de trein zijn we op dagfietsafstand verwijderd van Meran (Merano), Toblach (Tobiaco) en de Brennerpas.
Aan de zuidrand van het stadje ligt het fietshotel ‘Der Rierhof’’ met rechtstreekse verbinding tot de Eisackradweg, een echte aanrader kwaliteit/prijs Na een inspannende fietstocht is het heerlijk ontspannen in het buitenzwembad of recreatiebinnenbad, de verscheidene sauna’s of even bijkomen op het aangename zonneterras. Het hotel bezit een immense afgesloten garage voorzien voor fietsen en motors, toegankelijk met elektronische sleutelkaart voor klanten. Het hotel werkt samen met een fietsenhandelaar en hotelklanten kunnen fietsen huren aan gunstprijs van € 5 per dag, ook kinderfietsen.

Der Rierhof; Familie Schenk, Fragburg 7, I-39043 Klausen (BZ), Südtirol / Italien, Tel: +39 0472 847454, info@rierhof.it, www.rierhof.it

Het Eisacktal tussen Brennerpas en Klausen (68 km)

We zaten niet alleen op de trein met onze fietsen. De afdaling van de Brennerpas door het Eisacktal is één van de favoriete fietstochten in Südtirol. Zeker nu het bovenste deel van het dal tussen Brenner en Sterzing uitgerust is met een nieuw asfaltfietspad. Voor auto-, motor- en fietstoeristen blijft het dorpje Brenner een leuke bestemming om even halt te houden. Het grote verkeer raast er over de indrukwekkende Brennerautoweg voorbij, die ondersteund door ontelbare peilers een imponerende betonnen wegenbouwmonument blijft doorheen Tirol en Südtirol. Aan de zuidrand van Brenner wijzen wegwijzers ons de toegang tot het fietspad, aangelegd op een oud spoorwegbaantje. Trappen hoeft hier haast niet want het daalt gestatig. We fietsen daarbij door meerdere tunnels. Bij iedere tunnel staat een bordje met de lengte van de tunnel. Gossengas, het eerste stadje dat we tegenkomen, ligt beneden aan één van de zovele autowegviaducten. Links van de vallei hebben we zicht op de besneeuwde bergtoppen van de Dax Alpen met de Dax Spitze (2845 m) als hoogste. Één kilometer voor Sterzing moeten we de verkeersweg op, de enige keer dat we een confrontatie aan moeten gaan met autoverkeer. Door de stadspoort de ‘Zwölferturm’ rijden we de voetgangerszone binnen. De toren draagt deze naam omdat iedere dag om twaalf uur de klok luidt. In de hoofdstraat zijn de daken van de huizen onttrokken door hoog getrokken voorgevels met kasteelachtige kantelen bovenop. Dit om na de stadsbrand van 1443 overslaande branden te voorkomen van en naar de andere straatkant. De voorgevels zijn in prachtige pasteltinten geschilders en zijn gedecoreerd met mooie erkers. Aan de zuidkant van de stad zien we links op een rots het kasteel Sprechenstein en voor ons aan de oever van de rivier het kasteel Reifenstein. De vallei is hier breder en het verval minder groot, maar al snel worden Eisack, autoweg, oude hoofdweg, spoorweg en fietspad opnieuw geprakt in een smalle kloof. Af en toe moeten we een hellinkje hoog maar overwegend blijven we dalen.
Waar de vallei op zijn smalst is fietsen we doorheen de Habsburgervesting Franzensfeste, een machtig verdedigingsbolwerk met massieve vesting op een rots op de rechteroever en een lager gelegen fort op de linkeroever, aangelegd door de Oostenrijkse Keizer Franz I om vijandelijke aanvallen uit het zuiden af te slaan.
Vanaf het recreatiemeertje Vahrner See fietsen we plotseling onverhard, op en neer en zigzaggend door een bos. Een wegwijzer geeft een afsteker aan naar het Klooster Neustift. We zigzaggen nu doorheen fruitplantages naar Brixen. Het Eisacktal tussen Brixen en Bozen is namelijk fruit- en wijngebied. Wat ons opvalt is de eigenaardige manier van leiden van de wijnranken, eerst vertikaal opgebonden en dan horizontaal overspannen. Langs een bomenlaan op de oever van de Eisack bereiken we Brixen, de oudste stad van Südtirol. De vierkantig omsloten stadsbouw van het oude centrum dateert uit 1039. De sierlijke smalle straten erin bezitten arcades, overdekte wandelpassages in de voorgevels verwerkt. Middenin ligt een rechthoekig domplein dat duidelijk in twee verdeeld lijkt, de geestelijke helft met zijn kerken en de burgerlijke met stadhuis, bibliotheek en burgerhuizen. Drank- en eettenten met picknicktafels staan over het plein verdeeld. Blijkbaar valt hier iets te vieren vandaag. Een lange rij mensen staan aan te schuiven, ook fietsers houden hier spontaan halt. ‘Gelato’, even later doen we ons tegoed aan een lekker Italiaans ijsje. We verlaten de stad langs waar we gekomen zijn, door de Michaelspoort onder de Witte toren. Het fietspad loopt verder over de oever van de rivier. De Eisack loopt nu in een bredere bedding maar is nog steeds een ruige, wilde rivier met vele stoomversnellingen. Rechts van ons liggen wijngaarden op steile hellingen met leuke dorpjes als Feldthurns en Verdings, daarbovev haast loodrechte beboste bergflanken met kale bergruggen en toppen als Königanger (2436 m), Lorenzi Spitze (2483 m) en Kassian Spitze (2581 m) als hoogste. Even later fietsen we door de smalle hoofdstraat van Klausen, gesierd met erkers, klapluiken en smeedijzeren uithangborden naar het marktpleintje. Fietsertjes en pijlen op de grond leiden ons terug naar de rivier. Onstuimig en wild gaat ze hier tekeer, geprangd tussen steile rotsoevers. Al gauw komen we het fietswegwijzertje ‘Der Rierhof’ tegen, ons fietshotel dat via een toegangswegje 100 m verwijderd aan de overzijde van de hoofdweg omheen de stad ligt.

Van het Eisacktal in het Etschtal of van Klausen naar Meran (64 km)

We steken de straat over en we zijn al op route, in dalende lijn richting Bozen (Bolzano). Het fietspad is al even constructief aangelegd als de autoweg. Peilers, bruggen en tunneltjes volgen elkaar op. In een chicane van de rivier hebben we een heerlijke terugblik op het door wijngaarden omgeven klooster Säeben. Na de volgende bocht ligt de Trostburg, een middeleeuwse burcht met hoofdgebouw, bijgebouwen, verdedigingswerk, rondtoren en vierkante donjon. Een mooi voorbeeld van ridderlijke bouwkunst. De Eisack blijft onstuimig, de betonwerken verrassend genoeg ook. Fietspad, autowegen en spoorweg lijken bij momenten in elkaar te vlechten. De Eisacktalradweg is een vrij recent fietspad en van Blumau tot Bozen hebben kunstenaars hun kunstzinnigheid de vrije loop gelaten op de zogenaamde kunstmijl aan de hand van sculpturen, zuilen, vlaggen, tekeningen en graffiti. Ons einddoel is Meran (Merano) en daarom laten we het stadscentrum van Bozen letterlijk rechts liggen. We beklagen het ons niet, het fietspad op de stadsmuur met prachtige parkaanleg langs de Eisack is gewoon genieten. Net voor de samenvloeiing met de Etsch nemen we de fietsafslag naar Meran en fietsen doorheen fruitplantages onderaan het slot Sigmundskron voorbij. Daarna gaat het een dijk omhoog tussen Etsch en spoorweg. Het dal is breed en het water van de Etsch stroomt beduidend kalmer dan de Eisack. De vallei ligt tussen twee bergruggen met vele rood granieten rotswanden en her en der een burcht. De vlakte zelf is één grote fruitplantage van overwegend appelen. We hebben in Bozen verzuimd om te picknicken en uiteraard blijven langs deze fietsweg de rustbanken uit. Na een hele poos zien we op een dieper aan het water gelegen grindplekje een massief rotstenen tafel met banken staan, we wanen ons even in het Flinstone-tijdperk. Tien kilometer voor Meran eindigt plots het fietspad. Wegwijzers blijven uit en het is de aandacht erbij houden om de eerstvolgende niet te missen. Net voor Meran volgen we een groen fietswijzertje dat ons richting centrum stuurt. Knap uitgekiend via pietluttige zijstraatjes en steegjes staan we in een mum van tijd in het levendige oude centrum van Meran, gelegen tussen het riviertje de Passer en de berg Segenbühel (Monte Benedetto). Langs het riviertje loopt de Passerpromenade voorbij aan het kuurhuis. Parallel hieraan liggen de twee belangrijkste voetgangersstaten Freiheitsstraße en de Laubengasse. We fietsen door de Freiheitsstraße, waar fietsen toegestaan is, voorbij aan de Sandplatz naar de Passerpromenade. Het water loopt een stuk lager tussen twee rotswanden waar kajakkers de kolkende rivier trotseren. We nemen een kijkje vanaf de oudste brug van de stad, de Ponte Romana. We draaien ons om en rijden door het Passeirer Tor, één van de vier stadspoorten, naar de kleine Pharrplatz waar enkele kleine winkelstraten toekomen. We zitten nu volop in de voetgangerszone en volgen het voorbeeld van vele andere fietsers, namelijk fietsen aan de hand en wandelen. Hier vertrekt de Laubensgasse, gebouwd in de 13de E onder Meinhard II, graaf van Tirol. Dit smalle winkelstraatje, al in de middeleeuwen de levensader der handelaren, verbindt de Pharrplatz met de Kornplatz en bezit links en rechts meerdere verstoken kleine passerelles met ludieke winkeltjes. Aan het einde van één van deze passages zetten we ons tegen een buitenmuur aan een tafeltje van een klein cafeetje naast een exclusief bloemenwinkeltje. Café excellent, de ideale plek om te om op adem te komen voor onze terugreis per trein naar Klausen.

Door het Pustertal van Toblach naar Klausen (88 km)

Het is zondag wanneer we afreizen naar Toblach (Dobbiaco). Vlaamse hotelgasten die al vijf jaar hier komen fietsen, vertellen ons dat zondags Toblach een dode stad is. Maar omdat op zondagen en feestdagen praktisch geen bussen rijden maar wel treinen, hebben we de weekdagen voorbehouden voor onze geplande bergwandelingen waarvan we later wel eens berichten. Dus dood of niet dood, we fietsen op zondag. Starten in Toblach (1210 m), betekent starten op het hoogste punt van de Pustertal-Radweg, op de waterscheiding tussen Rienz en Drau. De start is veelbelovend. Een bosje met overdekte fietsenstalling annex picknicktafel, een asfaltbaantje doorheen wilde bloemenweiden en een roze fiets die je wegwijs maakt naar een café met gastenkamer. Langs de route staan grote panelen met routeoverzicht en hoogtegrafiek van de Pustertal-Radweg. Overwegend dalen leiden we hieruit af. Een pluspunt van deze route is dat hij haast langs alle stations passeert waar de trein langskomt. Je kan dus zo op de route inpikken of eender waar afbreken. Alle plaatsnamen zijn in het Duits en Italiaans weergegeven en in de stations roepen ze de berichten om in beide landstalen. In Oberolang hebben we de keuze tussen dalroute en panoramaroute. Wij fietsen naar beneden, een goede keus met een prachtig grindpad langs de rivier. In een beboste meander met een mooie houten brug staan verscheidene rustbanken in de zon, tijd om te genieten en onze lunchpakketten boven te halen. We fietsen verder langs de rivier naar Bruneck (Brunico). Achter de stadspoort bij de brug ligt een levendig stadje met smalle straatjes en pleintjes met leuke terrasjes. Boven de stad ligt het dominante slot Bruneck. St. Lorenzen valt op door zijn drie kerktorens in rij en de ruïne Michelsburg. We dalen gestaag tot we een vlakte bereiken met links en rechts immens hoge haast loodrechte valleiwanden die langzaam naar elkaar toe lopen. Tot we in een engte bij de Mühlbacher Klause komen, een rechthoekige haast onmogelijk te omzeilen verdedigingswerk dat in de loop van de eeuwen dienst deed als vesting, straatblokkade en tolburcht. Bij Mülbach fietsen we via een parallelwegje omheen het centrum en dan een helling hoog. Een groene alm op, hoog boven de rivier. Het uitzicht op de omgeving is zo majestueus dat we er even bij gaan zitten op één van de rustbanken. De samensmelting van het Pustertal en het Eisacktal staat bekend als een druk verkeersknooppunt, maar deskundig worden we afgeleid naar een zijweg richting Franzenfeste. We fietsen letterlijk doorheen de vesting en sluiten aan op de Eisacktal-Radweg. De volgende 20 km tot Klausen kennen we al van onze eerste tocht. Donkere wolken overtrekken de vallei in Brixen en we gaan wat harder op de trappers staan waardoor we gelukkig net buiten bereik van het onweer blijven. Ons geluk houdt niet op, wanneer we in ons hotel aankomen en plaatsnemen op het zonneterras voor een drankje, mogen de hotelklanten gratis aan het taartbuffet aanschuiven.

Gebruik van de Mobil Card

Een Mobil Card is een soort betaalkaart, die je toelaat één, drie of zeven dagen onbeperkt gebruik te maken van het openbare vervoer inclusief enkele zeil- en tandradbanen. Waar de Mobilcard enkel telt voor het openbaarvervoer en bepaalde zeilbanen in het Eisacktal, geeft een Museummobil Card recht op toegang tot 78 museums en met een Bikemobil Card kan je voor de betaalde periode terecht bij 41 fietsverhuurders met opschrift ‘Südtirol Rad” om een fiets uit te lenen en in te leveren naar willekeur over de andere verdeelpunten (www.suedtirol-rad.info). Voor het fietsvervoer op het openbaar vervoer moet je echter altijd een afzonderlijke kaart aankopen van € 4 die de ganse dag geldig blijft. De regionale treinen voorzien voor fietstransport hebben 10 of 18 stelplaatsen. Vele fietsers maken gebruik van deze regionale treinen en het kan dan ook gebeuren dat de fietswagons tijdens de zomermaanden vol gestouwd zitten. De vele verdeelcentra van huurfietsen zijn dan ook een alternatief om dit euvel te vermijden. De Mobilcard is te verkrijgen bij bus- en treinstations, de fietsverdeelpunten en toeristische diensten. www.mobilcard.info

Prijzen 2011 (-14j = ½ prijs)

1 dag

3 dagen

7 dagen

Mobil Card

 

€ 18

€ 22

Museummobil Card

 

€ 20

€ 25

Bikemobil Card

€ 24

€ 30

€ 34

Voor drie fietstochten nemen we de trein vanuit Klausen. Naar de Brennerpas en Meran zijn om het uur rechtstreekse verbindingen, naar Toblach is er een overstap in Franzensfeste. Voor reisinformatie www.suedtirolbahn.info

Informatie over Klausen en Südtirol vind je op www.klausen.it en  www.suedtirol.info

Voor kaartje en foto's zie http://users.telenet.be/fietscontreien 


By on 14:00
Van Bourgogne naar Champagne

 

Van Bourgogne naar Champagne

Fietsreis door de Haute-Marne

Fietsen langs een kanaal, het klinkt rechtlijnig, eentonig en zelfs langdradig. Niets van dat alles is waar! Het kanaal Champagne-Bourgogne volgt tussen Langres en Vitry-le-François haast natuurgetrouw de kronkelende onbevaarbare loop van de Marne. Aan de hand van de nieuwe fietsgids Champagne-Ardenne fietsen we van de Bourgogne naar de Champagne.

 Het kanaal Champagne-Bourgogne

Het kanaal Champagne-Bourgogne is destijds gebouwd ten gunste van de metaalindustrie eind 19de begin 20ste eeuw.  Het oorspronkelijke kanaal noemde het ‘Canal Haute-Marne’ en verbond Vitry met Donjeux. In 1880 kwam er een verlenging naar de Saône en kreeg de naam ‘Canal de la Marne à la Saône’. Pas in 2004 kreeg het de poëtische benaming ‘Canal entre Champagne et Bourgogne’. Het kanaal bezit 114 sluizen waarvan 71 langs de zijde van de Marne en 43 langs de Saône. Op de waterscheiding wordt de overgang gemaakt door een 4820 m lange tunnel. Wij fietsen 3 dagen langs het kanaal en rond het recreatiemeer het Lac du Der een afstand van 211 km. Bij aankomst in Langres hadden we nog tijd voor een plaatselijke fietslus van 27 km naar het Lac de la Mouche. In de fietgids zijn naast beschrijving van de parcours en de omgeving ook fietsvriendelijke overnachtingen opgenomen. Info en fietsgids zijn te bekomen bij het Comité Régional du Tourisme de Champagne-Ardenne, 50 Avenue du Général Patton – BP 50319, F-51013 Châlons-en-Champagne Cedex, tel: +33 3 26 21 85 80, www.tourisme-champagne-ardenne.com

We laten onze auto achter in Vitry-le-François en reizen verder met de trein naar Langres, ongeveer 200 km naar het zuiden op de grens van de Haute-Marne en de Bourgogne. Het is wel even uitzoeken welke trein te kiezen want niet alle TER-treinen nemen fietsen mee.

 

Langres, het Carcassonne van het noorden

Een imposante 3,5 km lange middeleeuwse muur met 12 indrukwekkende vestingtorens en 7 versterkte boogvormige toegangspoorten omringt de op een heuvel gelegen oude vestingstad. Het leuke is dat de volledige rondgang bovenop de muur per fiets of uiteraard ook te voet af te leggen valt. De uitzichten van de verdedigingsmuur met zicht op het omliggende coulisselandschap, de Marnevallei, de meren en beboste hellingen zijn betoverend. Bij helder weer ontwaar je de Vogezen en zelf de Zwitserse Alpen. Binnen de muren is het een aan wirwar aan straatjes met middenin de kathedraal. Ze is gebouwd in de stijl van die van Cluny met laat romaans-bourgondische en gotische invloeden. Achter de kleine smalle rijhuizen liggen verborgen groene binnentuintjes en koertjes toegankelijk door de zogenaamde ‘Porches’ wat staat voor portalen en overdekte passages. In de stadskern komen we ook enkele markabele renaissancewoningen tegen.
Le Cheval Blanc (www.hotel-langres.com), ons overnachtingadres ligt volledig in de aard van de historische stad. In een oud klooster zijn plafonds getrokken en kamers ingericht. In de gang en kamer zien we nissen, delen van zuilen en gotische bogen die het middenschip van de zijbeuken scheidden. Tijdens het diner mag een kaasschotel met de plaatselijke Langreskaas uiteraard niet ontbreken.

Lac de la Mouche

We arriveren in de late namiddag en besluiten de in de gids beschreven fietslus naar het Lac de la Mouche nog even af te haspelen. Beneden de stadsmuur volgen we de 10 km lange Voie Verte de Langres. Eerst is deze oude spoorweg nog geasfalteerd. Maar na een tijdje verandert dit in een grindweg. We wisselen het autoloze fietstraject in voor kleine departementale wegen in de pittoreske vallei van het riviertje ‘La Mouche’. Via Vieux-Moulins met mooie kalkrotspartij en een prachtige centraal gelegen dorpsvijver bereiken we het stuwmeer ‘Lac de Mouche’ dat samen met de meren Lac de Charme, Lac de la Vingeanne en Lac de la Liez aangelegd is voor de debietregeling van het kanaal Marne-Saône. Als we de vorige helling al zwoegend bovenkwamen dan is de klim de vallei uit al puffend. Achter mij hoor ik Sonja kreunen: “Ja, ja volledig vlak deze vierdaagse”. Het zicht op het ommuurde Langres met zijn massieve torens is de bekroning.

Turfputten in terrasvorm

Een lange afdaling brengt ons bij het kanaal. Het fietspad over het jaagpad loopt onder de brug door. Maar we moeten langs de andere kant van het kanaal waar we over een sluis toegang krijgen tot het fietspad. Mijn vrees tot Frans jaagpad in belabberde staat blijkt ongegrond. Het asfalt is niet overal even secuur maar toch uitstekend fietsbaar. Langs het kanaal staan borden met plaatsnamen en afstanden. Bij iedere sluis of brug verwijzen wegwijzers naar bezienswaardigheden, restaurants, cafés en overnachtingadressen. Na 10 km bereiken we het stadje Rolamport. Enkele kilometers verwijdert van het kanaal ligt een uitzonderlijk natuurmonument dat een afsteker meer dan waart is, de turfputten van Rolamport. Na een klimmetje bereiken we de bosrand en fietsen over een grindweg ernaartoe. Vijvertjes in terrasvorm, het water over de rand lopend van de ene plas in de andere en een watervalletje vormen een uniek en rustgevend natuurkader. Een snelle blik aardt uit in een pauze van een dik uur. We wisselen bij een sluisje van oever en fietsen tussen de piepjonge, slechts enkele meters brede Marne en het kanaal. Even verder loopt het kanaal in een brug over de rivier. Op onze tocht maken we dit nog meerdere malen mee. We maken een afsteker naar de stad Chaumont. Het is wel stevig klimmen want ook deze stad ligt zoals Langres op een hoogte boven de vallei.

Traptorentjes en mansardes sieren Chaumont

De historische stadskern van Chaumont bevat meerdere stadsdelen. Het oudste stadsdeel uit de 13de eeuw staat bovenop een rots. Tussen de huizen tegen de helling zijn nog duidelijk de vestingmuren te herkennen. De vesting was een strategische plek in het Franse Rijk dat destijds onder bedreiging lag van de vijandige gebieden Bourgogne en Lotharingen. Van de oude burcht rest enkel nog de massieve vierkante donjon vanwaar je een heerlijk uitzicht hebt over de stad en het monumentale spoorwegviaduct. De statische gebouwen eromheen zijn vandaag vooral in gebruik als ambtenarenwoningen. De buiten de oude muren gelegen 16de eeuwse kern is opgebouwd uit vele kleine huisjes. Om plaats te winnen maakten de bewoners gebruik van traptorentjes die boven de toegangsdeur deels uit de gevels steken. Naast de circa 30 traptorentjes zijn de vele mansardes op de daken een ander bouwesthetisch kenmerk. Maar de stad heeft ook nog een bekende kunstenaarsfamilie grootgebracht. Vader Jean-Baptiste Bouchardon was een vermaarde houtsnijwerker. Vele houten beeldhouwwerken in de kathedraal zijn dan ook van zijn hand. Hij was maar liefst vader van 17 kinderen. Zijn zoon Edme trad in zijn voetsporen als persoonlijk beeldhouwkunstenaar van Lodewijk XIV. Het ruiterbeeld van Lodewijk XIV dat van zijn sokkel gestoten werd tijdens de Franse revolutie was een beeld door hem ontworpen.

Kanaaltunnel, erdoor of erover?

We zoeken terug het kanaal op. Condes is het eerstvolgende dorpje, gelegen op een rots in een grote meander van de Marne. Het kanaal loopt door middel van een 400 m lange tunnel door de rots. Het fietspad loopt ook de tunnel in, maar bij de ophaalbrug voor de tunnel staat een verbodsplaat voor alle verkeer, je weet wel zo een rond wit bord met rode rand, dat eigenlijk de toegang weigert. De fietsgids geeft ook aan om door het dorp over de heuvel te gaan. Maar als lokalen dit verbod met de voeten treden, stellen we ons hier toch vragen bij? Het licht flipt automatisch aan bij het betreden van de tunnel. Langs de waterkant is een balustrade en het fietspad is in perfecte staat. Dus fietsen maar! Wat opvalt in de dorpen aan het kanaal en bij sommige sluizen zijn de leuke aanlegsteigers. Meestal staan er enkele picknickbanken en –tafels bij. In Riaucourt is dit zelfs overdekt en het houtwerk kleurig rood geschilderd. In Bologne aan het kanaal ligt ook onze ‘Chambres d’hôtes’. We zijn niet de enige gasten en de gastheer serveert ons na het degusteren van een plaatselijk bier een heerlijk menu met de hoofdgang vervaardigd uit een melange van eend en gans.

Bloempotmannetjes bevolken de kanaaloevers

De volgende ochtend springen we terug op onze fietsen en na enkele meters rijden we opnieuw langs het kanaal. De ochtend is gevuld van fluitende vogels, langs het kanaal staan pluizige paardenbloemen, boterbloemen en ander kruid. Bij een sluis maken vele brulkikkers een hels kabaal. Bij het maken van foto’s rijdt Sonja al eens vooruit en bij een daarop volgende manoeuvre tot aansluiting cirkelt een havik op enkele meters boven haar hoofd. Voor ik mijn fototoestel boven gehaald heb, is de vogel vliegen en cirkelt over de ietwat verder afgelegen Marne. Dit overkomt mij deze en de volgende dag maar liefst vier maal, maar telkens ik een foto wil maken zijn de slanke roofvogels buiten bereik. De vallei is nu breder en het uitzicht is dat van de champagnebergen in de Montagne de Reims. Bewerkte velden tegen de hellingen tot tegen het bos bovenop de heuvel. Vroeger stonden hier wijngaarden maar nu in de verste verte geen meer te bespeuren, wel vele velden met geel koolzaad, … Ook de Marne ziet er anders uit, hij bezit nu de allures van een echte stroom en is hier al breder dan het kanaal. Langs de kanaaloever staan bloempottenmannetjes, van die poppen opgebouwd uit plantenpotjes. Nu eens als vissertje met hengel en visnetje en verderop als seingever wapperend met een vlagje. Oude metalen ophaal- en andere bruggen kenmerken de oude metaalindustrie waaraan dit kanaal verbonden was. We naderen het charmante stadje Joinville. De Marne heeft hier twee armen en we moeten dus twee bruggen over voor een bezoek. Het oude centrum met wirwar van smalle straatjes ligt achter de tweede arm tegen de helling op. We zien wegwijzertjes naar een 14de E stenen brug en naar het renaissance kasteel, het ‘Château du Grand Jardin’. De renaissance tuin is ingedeeld in bloem- en plantenvakken afgeboord met geschoren buxushaagjes. Op de hoeken en tussenin staan buxusbollen, -kegels en andere snoeivormen. Het middelste perk is beplant met witte, gele en roze tulpen. Anderen zijn opgevuld met lavendel. Aan de brug ligt een kroeg annex pizzeria met leuk terrasje. Dejeuneren is in Frankrijk een begrip, wij hebben de smaak al snel te pakken en blijven hier maar liefst twee uren tafelen.

Metalen bruggen

Tijdens onze siësta hebben we onze fietsgids wat gedetailleerder bekeken en we zijn nog maar pas weg of we steken alweer het kanaal over naar het dorpje Thonnance-les-Joinville. We moeten het hele dorp door, voorbij aan het Romaanse kerkje naar ‘Les Jardins de mon Moulin’. Prachtige plantentuinen omringen een oude watermolen. De tuinen gaan pas half mei open, maar wij mogen toch al een blik werpen op de voorjaarsbloeiers waaronder enkele pioenrozen en een kerriestruik, ontluikende Japanse esdoorns, geraniums met bloemknoppen die op springen staan, … op de rozen is het nog een maandje wachten. Oude metalen spoorwegbruggen, ophaalbruggen en sluisdeuren leveren idyllische kiekjes op. Op een kruispuntje in Eurville staat een merkwaardige kilometerpaal naast een wachthokje met levensgrote Amerikaanse soldatenpop erin. Berlijn ligt naar rechts op 944 km, Omaha-Beach naar links op 511 km, bovenop de steen ligt een Amerikaanse soldatenhelm. We staan voor een hangaar met als opschrift Pattonmuseum, ervoor een Amerikaanse tank. Nostalgie vind ik een eindje verder bij een drinkplaats aan de Marne met grazende koeien en een vergeten wandelstok met schelp achtergelaten door een wandelaar naar Compostela. Aan de stadsrand van St-Dizier houdt het fietspad plotseling op. Tussen kanaal en spoorweg fietsen we over een hobbelig aarden pad richting centrum.

De Art Nouveau in St-Dizier

St-Dizier was al bevolkt sinds de bronstijd. Gallo-Romeinse vondsten en geraamten van drie Karolingische vorsten bevestigen dat St-Dizier reeds toen van belang was. Gui II de Dampierre liet in 1202 hier zijn kasteel en de kerk Notre-Dame bouwen. Als in 1488 onder Karel VIII St-Dizier en het Franse Rijk zich herenigen, wordt de strategisch gunstig gelegen stad een koninklijke vestingstad ter verdediging van het Franse rijk tegen Lotharingen. Marini, de Architect van François I, verstevigt uiteindelijk de stervormige fortificaties. Wanneer in 1544 het 42000 man sterke leger van Keizer Karel de stad belegert, houden 4500 mannen, vrouwen en kinderen meer dan een maand stand. De zware verliezen bij de belegeraars maakt dat Parijs gespaard blijft. Het monument op het marktplein is een weerspiegeling van deze heldhaftige strijd. Naast het fort met massieve poorttorens bezit de stad een bijzonder cultuurmonument, een enig Italiaans theater met koninklijke loges, balkons en zitplaatsen. Alles gerestaureerd volgens het Art Nouveau decor uit de jaren 1920. In de met mozaïeksteentjes gedecoreerde hal staan fondijzeren beeldhouwwerken uit diezelfde periode. Op een tocht door de stad zijn gietijzeren sculpturen en gietijzeren balkonbalustrades uit de Art Nouveau tijd te bewonderen. Een lekker eetadres is de ‘Palme Rouge’ in het ‘Ciné Quai’ complex onder de toren van de oude metaalfabriek Mila.

Het recreatiemeer Lac du Der

Vitry-le-François ligt als we verder fietsen langs het kanaal slechts 24 km verwijderd. Ware er niet het Lac du Der, een groot recreatiewaterbekken dat dient voor het op peil houden van de Marne. Het grootste artificiële meer van Europa is nu een geliefde toeristische waterplas met stranden, natuur- en vogelgebieden. Voor deze 48 m² grote recreatieplas zijn drie dorpen verzonken. Rond het meer loopt een 38 km lang fietspad met aansluitingen naar de kanaalroute. Via het aanvoerkanaal bereiken we het meer. Eerst fietsen we nog enkele kilometers over een gescheiden fietspad langs een weg, maar dan draait het pad een gemengd bos in. Op een schiereilandje in het meer staat één van de kerken van de drie verzonken dorpen. Een andere staat in het openluchtmuseum in Ste-Marie-du-Lac-Nuisement aan de andere zijde van het meer, waar de mooiste huizen van de verzonken dorpen heropgebouwd zijn. Een lange metalen brug over het water brengt ons bij de jachthaven van het mondaine Giffaumont. Vanaf nu fietsen we boven op de dijk langs het meer. Het eerste kwartier belagen ons miljoenen kleine gepantserde vliegjes, allé zo voelt dat toch aan, maar dan is het genieten van de prachtige vegetatie aan de rand van het meer en de vele watervogels. Bij het openluchtmuseum verlaten we de waterplas en fietsen over kleine wegen terug naar het kanaal, 14 km rest ons dan nog tot Vitry.

De stad van François I

 Na maandenlang hevig verzet van St-Dizier tijdens de belegering van de legers van Keizer Karel in 1544, heeft deze een snelle overwinning nodig om het moreel van zijn troepen op te krikken. Hij richt zich tegen de stad Vitry-en-Perthois dat hij met de grond gelijk maakt. Op 29 april 1545 bouwt de Franse koning François I hier een nieuwe stad in de vorm van een groot vierkant en stratenpatroon in dambordplan. De stad telt vier stadspoorten en krijgt de naam Vitry-le-François. Middenin op het kruispunt van vier belangrijke verkeersaders ligt de Place d’Armes. Aan dit plein ligt een monumentale collegiale kerk met allures van een kathedraal. Op het plein staat een fontein met een schaars geklede vrouw. ‘La Déesse’, de Godin noemt ze, niet meer niet minder. Een architectoraal meesterwerk is de open markthal met zijn betonnen gewelvenplafond. Bij ons bezoek aan de stad vernemen we dat net die dag een motie gestemd is voor verlenging van het fietspad rond de stad via het kanaal Bourgogne-Rijn dat even verder opnieuw vertakt naar het kanaal Champagne-Bourgogne. De verlenging naar de Champagnesteden is verzekerd.

Champagne, een toekomstige fietsregio?

‘Op Weg’ bracht in het recente edities zowel fietsreportages in de Champagne als in de Bourgogne. De ‘Voie des Lacs de Champagne’ die een verbinding maakt tussen Troyes aan de Seine, de meren van het Forêt d’Orient, het Lac du Der en het ‘Canal entre Champagne et Bourgogne’, is ondertussen gerealiseerd. Het is de bedoeling de fietsroute langs het kanaal Champagne-Bourgogne te verlengen naar Épernay en aan te sluiten naar Parijs. Het traject langs het kanaal zal in de toekomst deel uitmaken van de Paneuropa fietsroute tussen Parijs en Praag. Een aftakking is gepland via het ‘Canal de l’Aisne à la Marne’ om aan te sluiten op de Coulée Verte in Reims. Het ‘Canal des Ardennes’ zal dan uiteindelijk een verbinding maken met de Maas waar de ‘Voie Verte Trans-Ardennes’ tussen Givet en Charleville-Mézières intussen al een begrip is. Na realisatie van deze geplande trajecten ontstaat een haast vlakke route niet allen naar Parijs, maar ook naar het zuiden met aansluiting op de ‘Tour de Bourgogne à Vélo’. De naam Champagne is al lang een begrip, nu nog wachten op een fietsnetwerk ’Champagne à Vélo’?

Praktisch 

Voor GPS-track, kaartje, foto's en praktische info zie:

http://users.telenet.be/fietscontreien

19 mei 2011
By on 19:42
Met VOS Travel naar de Deutsche Weinstraße

Met VOS Travel naar de Deutsche Weinstraße

Fietsarrangement in de Elzas

Op en top verzorgde fietsarrangementen! Geen kopzorgen, geen weken- tot maandenlange voorbereiding. Het werk gedaan door specialisten in het vak. Het weer kan je niet bestellen, maar voor al de rest is gezorgd. Wij toetsten dit concept aan de werkelijkheid op een arrangement van in Neustadt an der Weinstraße.

Arrangement op maat?

Geen krachtpatserij, geen zwaar labeur maar heerlijk genieten van uitgestippelde voor iedereen toegankelijke fietstochten. Dit is het concept wat VOS Travel al 20 jaar handhaaft. VOS Travel organiseert individuele fietsvakanties met een kwalitatief meer dan degelijke standaard tegen betaalbare prijzen. In overleg kozen we voor een nieuwe bestemming uit hun royale aanbod, een standplaatsvakantie in Neustadt an der Weinstraße in de Pfalz. Het hotel Ramada*** ligt in het centrum tegenover het stationsplein en aan het begin van de omvangrijke voetgangerszone. Het arrangement telt 4 nachten in ½ pension. Het hotel was uitstekend. Bij grote bezetting is het avondeten in buffetvorm met salade- en voorgerechtbuffet, de hoofdgang bestond uit een keuzebuffet van vis, vlees, kip, aardappelen gnocchi’s en warme groenten en om af te sluiten een dessertbuffet. Bij kleine bezetting serveren ze een 3-gangen menu aan tafel. De voorgestelde routes zijn tussen de 45 en 55 km lang. Per post toegeleverd ontvingen we op voorhand een roadboek inclusief allerlei praktische informatie en noodnummers, een hotelvoucher, de fietskaart Rhein Neckar-Pfalz met alle gangbare fietsroutes en –wegen en de fietskaart Pfalz met de bewegwijzerde themaroutes. Verder enkele infobrochures met betrekking tot de streek en de naburige steden in het programma opgenomen.

Neustadt an der Weinstraße

Neustadt was destijds de nieuwe stad opgericht door de Duitse keurvorsten en was eeuwenlang een belangrijke bestuursstad. De keurvorsten vormden van 1257 tot 1806 het keurcollege dat verantwoordelijk was voor de keuze van de Koning respectievelijk Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Dit college bestond uit de drie kerkelijke keurvorsten met de aartsbisschoppen van Mainz, Trier en Keulen en vier wereldrijke keurvorsten met de Pfaltzgraaf aan de Rijn, de Koning der Bohemen, de Hertog van Saksen en de Markgraaf van Brandenburg.

Neustadt is de enige middeleeuwse stad uit de Pfalz die de brandlegging tijdens het begin van de Negenjarige oorlog, ook wel de Successieoorlog van de Pfalz genoemd, tussen de Fransen en de Zeven Verenigde Nederlanden in 1689 overleefd heeft. Dit heeft de stad te danken aan de burgerdochter Kundigunde Richter die de liefde van de Franse krijgscommissaris De Werth wist te winnen waardoor deze de stad spaarde. Neustadt heeft hierdoor haar middeleeuwse charme met oude straatjes en steegjes van weleer behouden. De Hinter- en Mittelgasse met enkele leuke eethuizen illustreren dit voluit. Kenmerkend zijn de vele binnenkoeren die toegang verschaffen tot vijf tot zeven achterin gebouwde huizen. De Metzgergasse (Slagerssteeg) met toegang tot het marktplein en Kunigundestraße zijn typische smalle middeleeuwse steegjes. Niet verwonderlijk dat de stad zowel het oudste stenen huis als oudste vakwerkhuis uit de Pfalz bezit. Naast middeleeuwse gebouwen is de stad ook enkele sierlijke Art deco huizen rijk. Het waarteken van de stad is de dom met zijn twee verschillende kerktorens. In één van de twee torens is onder de spits een torenwachterhuis opgetrokken. Uit veiligheidsgronden (te korte brandladders) is het torenhuis heden ten dage niet meer bewoond. Enkele leuke wijnlokalen in de buurt van de dom zijn het Haus des Weines en Mundus Vini. Een plaats om even bij stil te staan is de fabelachtige Elwedritsche Brunnen, een fontein met kipachtige fabeldieren. De fabel vertelt dat kippen het bos introkken en zich copuleerden met alles en nog wat met als resultaat kippen met allerhande ledematen of hoofden van andere dieren. Bovenop zit de sluwste kip … met vossenkop. Neustadt speelde een rol in de hereniging van Duitsland nadat het onderverdeeld was in vele Graafschaften. Van 27 tot 30 mei 1832 demonstreerden 30000 deelnemers op de Hambacher Fest voor Duitslands wedergeboorte, voor de oprichting van een nationale Duitse staat. De eerste Duitse driekleurige vlaggen zwart-rood-goud meegedragen op het manifest zijn in Neustadt vervaardigd. De menigte trok hierbij vanaf de Neustadter markt naar het Sloß Hambach.

Reuzenwijnvat

We hebben het laatste weekend van augustus uitgekozen voor ons fietsarrangement. Toeval wil dat tijdens dat weekend op zondag het evenement Erlebnistag Deutsche Weinstraße plaatsvindt. Twee van onze ritten maken gebruik van de fietsroute van de Deutsche Weinstraße. Omdat de opening van het evenement plaatsvindt op de rit naar Landau houden we deze voor zondag en fietsen vandaag zaterdag de andere richting uit naar Bad Durkheim, met in ons achterhoofd misschien al een beetje van de sfeer op te snuiven. Neustadt is omgeven door negen wijndorpen die wij de volgende dagen zullen doorkruisen. Ten noorden van de oude stadkern van Neustadt ligt het dorpje Haardt, het balkon van de Phalz met een imposant zicht op de wijngaarden, de Rijnvlakte en bij helder weer de heuvels van het Odenwald, 60 km hier vandaan. We ondervinden dit onmiddellijk aan de levende lijve, tussen hoge muren klimmen we via enkele steegjes naar boven. Het Haardter Slot met zijn wijngaardterrassen bepaalt al 750 jaar het uitzicht van het dorp. Na het volgende wijndorp Gimmeldingen dalen we in de vallei. Door een grasberm gescheiden van de Weinstraße voor auto’s fietsen we dan naar Deidesheim. Houten plotten opgesteld voor de druivelaars geven de wijnsoort aan. Riesling is hier zichtbaar de topdruif. Deidesheim is zo charmant dat voormalig Bondskanselier Helmut Kohl tijdens zijn ambtstermijn menig internationale gast hier naartoe uitnodigde. Het roadboek volgt hier de groene fietswegwijzer van het netwerk Rheinland-Pfalz een straatje omhoog tussen ommuurde wijngaarden. Een bekoorlijk stukje route tussen de wijnranken dat eindigt in het al even bekoorlijke gehucht Forst met opnieuw enkele uitnodigende wijnlokalen. Links in de wijnberg ligt de ruïne Wachtenburg. Bad Durkheim is een kuuroord met kuurhuis, kuurpark en een 333 m lange doornmuur waarlangs zilt water naar beneden stroomt en mensen zoutlucht inhaleren. Maar de grootste trekpleister is het wereldgrootste reuzenwijnvat met een inhoud van 1700000 liter waar een eet- en wijnlokaal in ondergebracht is. Terugkeren doen we over Haßloch. Logo’s onder de fietswegwijzers vertellen ons dat we op de Kraut-und-Rüben-Radweg die deels samenloopt met de Keizer Konrad-Radweg fietsen. Haßloch bezit een mooi marktplein en langs de straat de stad uit richting Neustadt hebben we oog voor de vele authentieke oude gebouwen.

Wijnroute en wijnbelevenispad

De oudste dom van Duitsland

 

De Palatia-Radweg annex R58 legt een verbinding tussen de twee historische steden Neustadt en Speyer. Tussen beide steden ligt een groot woud dat langs de zuidkant begrensd is door de Speyerbach die in Speyer in de Rijn uitmondt. De fietsroute volgt goed gedraineerede grindpaden door het loofbos. Plots moet ik stoppen voor een verdwaasde eekhoorn, die ongegeneerd midden op het pad zit. Het duurt nog enige seconden voor hij beseft dat ik erlangs wil. Dieper in het bos bij een open plek zien we een grazend hert. Wanneer we het woud verlaten zijn we al in Speyer. De keizerstad telde in de 16de E maar liefst 60 stadspoorten en torens. Tussen de Altpörtel, een torenpoort, en de kolossale Keizerdom ligt de brede autovrije Maximillianstraße, rijk aan winkels en horeca. Over lokale fietswegen gaat het terug naar Neustadt. Vanaf de Aumühle, een mooie watermolen waar je kan inkeren, loopt de route grotendeels op een van de hoofdweg gescheiden fietspad. Om niet altijd langs die weg te fietsen besluiten wij om door de dorpskern van Geinsheim te fietsen. Op het einde van het dorp volgen we de fietswegwijzer naar Duttweiler. Het wijndorpje omgeven door golvende wijngaarden, enkele solitaire kastanjebomen, het lager gelegen beekje en de beboste heuvels van het Elzas in de achtergrond maken dit traject zeer karaktervol. De Kraut-und-Rüben-Radweg brengt ons terug op het fietspad langs de D39, niet ver van Neustadt.

Zondag, dag van het fietsevenement ‘25 jaar Erlebnistag Deutsche Weinstraße’. Volgens het roadboek fietsen we op een afgescheiden fietspad langs de D39 naar Landau maar de Deutsche Weinstraße is vandaag over 85 km afgesloten voor autoverkeer. Meer dan 300000 fietsers nemen deel aan dit spektakel. Over de afgesloten wijnstraat fietsen we naar de officiële openingsvoorstelling in Edenkoben. In feite in tegenovergestelde richting als voorgeschreven. In de beboste bergflank boven de wijngaarden ligt de burchtruïne Hambach. Overal langs de weg staan eet- en dranktenten opgesteld en spelen muzikanten vrolijke wijsjes. In de dorpen kan je terecht bij de wijnboeren voor een wijnseminarie of een lekkere hap. Rechts in de Elzasser heuvelflank waken meerdere kastelen over de Rijnvallei. Van bijzondere schoonheid is de villa Ludwigshöhe in Italiaanse stijl. In Siebeldingen verlaten we de Weinstraße en over de Queichtal-Radweg bereiken we de parkenstad Landau. We fietsen door de oude vestingstad naar het grote centrale geplaveide marktplein. Vanwege de geweldige sfeer op de Deutsche Weinstraße besluiten we een weg terug te zoeken. Onze route voert voorbij aan de Landauer Zoo waar we het Weinerlebnispfad Nußdorf aantreffen. Een wijnbelevenispad opgericht door een 20-tal wijnboeren uit het dorpje Nußdorf. Aan de route treffen we een tiental kunstwerken aan. Op een hoek tussen de wijngaarden staat een wijnstand waar in het zomerseizoen iedere zondag een wijnboer uit het dorp zijn wijn aanbiedt.
Verdeelt tussen de druivelaars staan ook vele amandelboompjes waar de amandelbloesem in de lente het landschap roze kleurt. Om terug te keren gebruiken we zoveel mogelijk de Deutsche Weinstraße voor fietsers die meestal ietwat afzijdig de hoger gelegen servitudewegen door de wijngaarden gebruikt. Op deze manier krijgen we toch een zeer gevarieerde geanimeerde tocht tijdens een bijzonder sfeervol fietsevenement.

De oudste dom van Duitsland

De Palatia-Radweg annex R58 legt een verbinding tussen de twee historische steden Neustadt en Speyer. Tussen beide steden ligt een groot woud dat langs de zuidkant begrensd is door de Speyerbach die in Speyer in de Rijn uitmondt. De fietsroute volgt goed gedraineerede grindpaden door het loofbos. Plots moet ik stoppen voor een verdwaasde eekhoorn, die ongegeneerd midden op het pad zit. Het duurt nog enige seconden voor hij beseft dat ik erlangs wil. Dieper in het bos bij een open plek zien we een grazend hert. Wanneer we het woud verlaten zijn we al in Speyer. De keizerstad telde in de 16de E maar liefst 60 stadspoorten en torens. Tussen de Altpörtel, een torenpoort, en de kolossale Keizerdom ligt de brede autovrije Maximillianstraße, rijk aan winkels en horeca. Over lokale fietswegen gaat het terug naar Neustadt. Vanaf de Aumühle, een mooie watermolen waar je kan inkeren, loopt de route grotendeels op een van de hoofdweg gescheiden fietspad. Om niet altijd langs die weg te fietsen besluiten wij om door de dorpskern van Geinsheim te fietsen. Op het einde van het dorp volgen we de fietswegwijzer naar Duttweiler. Het wijndorpje omgeven door golvende wijngaarden, enkele solitaire kastanjebomen, het lager gelegen beekje en de beboste heuvels van het Elzas in de achtergrond maken dit traject zeer karaktervol. De Kraut-und-Rüben-Radweg brengt ons terug op het fietspad langs de D39, niet ver van Neustadt.

Oude universiteitsstad

Voor de laatste route nemen we de trein naar universiteitsstad Heidelberg. Voor we de terugweg per fiets aanvatten maken we een ommetje naar het hart van de stad, de oude stadskern. De 1,8 km lange Hauptstraße is de langste winkelstraat in Duitsland. Fietsen is er niet toegestaan, maar parallel door de steegjes en aan de andere kant langs de Neckar lopen bewegwijzerde fietsroutes. Speerpunt van de stad is het marktplein op het einde van de voetgangerszone met de machtige Heiliggeestkerk en zijn unieke glasramen. Tegen de kerkmuren zijn houten souvenirkraampjes opgetrokken, een niet alledaags zicht. Hoog boven de stad ligt het slot. Het is volledig uit rode zandsteen vervaardigd. Er is veel te bezichtigen, de binnenkoer met Duitse en Italiaanse barokke façades, een prachtig apothekersmuseum en het “Große Faß”, een wijnvat van 9 m doorsnede. Vanaf de balkons met zicht over de stad vallen herenhuizen met vele soorten vlaggen in het oog. Dit zijn de studentenhuizen die samen met de vele studentenlokalen, Heidelbergs imago van eeuwenoude universiteitsstad weerspiegelen. In de vele kleine straatjes van de oude stadskern wapperen vlaggen boven de toegangsdeuren van studentenlokalen en -cafés. Tegen de gevels staan talrijke fietsen gestald. De ‘Alte Brücke’ over de rivier de Neckar was vroeger de enige toegang tot de stad.

Kurpfalz

Heidelberg en Neustadt waren twee steden met aanzien tijdens de regeerperiode van de keurvorsten. Voor de terugkeer naar Neustadt merken we dat het roadboek de Kurpfalzroute volgt naar Speyer. We fietsen door landelijk gebied doorspekt met kreken. In Schwetzingen fietsen we omheen het imposante park van het kasteel. Aan de achterkant hebben we zicht op de barokvijver met zijn witte zwanen. Om de Rijn over te steken naar Speyer zijn we genoodzaakt een smal fietspad te gebruiken langs een drukke weg over de Rijnbrug. Om terug te keren naar Neustadt volgt het roadboek opnieuw de prachtige R58 van gisteren door het bos, maar dan in de andere richting. Wie liever een andere route fietst en niet geeft om een vijftiental kilometers extra te fietsen stellen wij voor naar Harthausen en dan via de Kraut-und-Rüben-Radweg terug te keren naar Neustadt. Samen met het lusje naar de oude stadskern van Heidelberg komt dit traject dan op 70 km.

Conclusie

Je merkt dat hier een ervaren team achter zit met aandacht voor fietsvriendelijke routes. Hier is vooral gekozen voor de wit-groene wegwijzers van het fietsnetwerk Rheinland-Phalz die meestal samenlopen met één of andere themaroute. Vakkundig brengt het roadboek je in de kortste keren met vermelding van straatnamen e.d. op een bewegwijzerde fietsroute. In aparte infostukjes staan stadsbeschrijvingen inclusief opsommingen van bezienswaardigheden.
De fietswegwijzers met kilometeraanduiding staan wel vermeld in de tekst maar de routenamen zoals Keizer Konrad Radweg, Kurpfalz-Radweg, Kraut-und-Rüben-Radweg, Weinstraße, Queichtal-Radweg, … pijlwegwijzer Rheinland-Phalz ontbreken. Volgens mij toch een nuttig hulpmiddel bij twijfel met betrekking tot de juiste route. Maar misschien zie ik dit als ervaren kaartlezer annex kaartfietser die gefixeerd is op de routenamen op een kaart anders dan roadboekfietsers die een geschreven routebeschrijving volgen. De beschrijving op zich is uiterst subliem. De fietsvakantieganger mag rekenen op een zowel weldoordachte als welvoorbereide fietsvakantie.

Info: VOS Travel België, Westlaan 415, B-8800 Roeselare, tel: +32 (0)51-24 03 40, info@vostravel.be, www.vostravel.be 

Praktisch 

Voor GPS-track, kaartje, foto's en praktische info zie:

http://users.telenet.be/fietscontreien 

15 oktober 2010
By on 11:11
Ourthe en Vesder

Ourthe en Vesder

Een fietstocht in het tweestromengebied van Ourthe en Vesder. Vanwege het hogere stijgingspercentage vertrekken we vanuit Luik over de RAVeL7 annex RV5 langs de Ourthe. Het fietspad volgt getrouw de oever tot in Tilff waar we de brug oversteken om op het nieuwere pad aan de overzijde ons weg te vervolgen. Op het einde in Méry beklimmen we de 4 km lange Col de Dolembreux. We komen in een heuvelachtig weidelandschap. Voor ons ligt een vallei met aan de horizon een watertoren. Een steile afdaling gevolgd door een kilometerlange klim in twee etages brengt ons bij de watertoren op de andere heuvelrug. We blijven even op de hoogte om dan langzaam af te dalen naar Louveigné. Een vals plat brengt ons in het heiligdom van Banneux. Het gehucht Banneux-Notre-Dame is sinds 1933 een bekend Mariabedevaartsoord, in 1949 door de kerkelijke overheden als zodanig erkend. Hier verscheen van 15 januari tot 12 maart 1933 de Heilige Maagd Maria acht keer aan het elfjarige meisje Mariëtte Béco, dochter uit een godsvruchtig arbeidersgezin. De verschijningen vonden plaats in de voortuin van het huis van de familie Béco. De verschijning was gekleed in een lang, wit gewaad en een lichtblauwe gordel. Haar rechtervoet droeg een roos en op haar hoofd had zij een witte sluier en rond haar rechter arm een rozenkrans. Daarna waren er nog zeven verschijningen: op 18, 19 en 20 januari, 11, 15 en 20 februari en op 2 maart 1933. Zij wees een bron aan, vroeg om een kapel en noemde zich de "Maagd der Armen". De bouw van een basiliek vatte in 1948 aan. Jaarlijks trekt Banneux-Notre-Dame vele bedevaartgangers, die hier komen bidden, een kaarsje opsteken en bronwater halen voor de zieken.
Voorbij aan het Château de Banneux dalen we naar Nessonvaux in de Ourthevallei. We verlaten deze onmiddellijk en fietsen door de vallei van de Hazienne langzaam naar het rustieke Soiron omhoog. Door heuvelachtig weidelandschap bereiken we kaas- en siroopstad Herve. Hier loopt de RAVeL5 over het voormalige spoor van lijn 38 terug naar Luik. Eerst als grindweg, daarna als asfaltpad.

Praktisch 

Voor GPS-track, kaartje, foto's en praktische info zie:

http://users.telenet.be/fietscontreien 


By on 11:03
Mergelland en Voeren

Mergelland en Voeren

Wie denkt een zware heuvelachtige tocht voorgeschoteld te krijgen, komt bedrogen uit. De korte beklimming van de St-Pietersberg, een fikse helling in Voeren, een heuveltje in  Gulpen en een 100 m lang kuitenbijtertje de Geulvallei uit in Rothem (Maastricht) en je hebt het gehad. Voor de rest langzaam bergaf en vlak. Fiets je de route andersom dan heb je meer vals plat, maar fiets je wel de steile afdalingen naar beneden. Bij noordwesten- tot noordenwind is dit zeker aan te raden. Van het station van Maastricht gaat het over de Servaesbrug naar de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. Aan de brug tot het plein aan de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek liggen meerdere kroegen en brasseries. Het gaat langs het St-Pietersfort op de St-Pietersberg. Over piepkleine wegen in de heuvelflank zak je langzaam naar de Maas. Je volgt de Maas tot aan de sluis die je oversteekt naar Ternaaien (Lanaye). Aan de jachthaven van Visé ligt een nieuw modern glazen eethuisje. Langs de andere kant gaat het in tegengestelde richting langs de Maas. Na de monumentale spoorwegbrug gaat de weg over in een fietspad dat bij de sluis aansluit op het fietsroutenetwerk. Je volgt dit over Moelingen en Mesch (NL) naar ’s Gravenvoeren, het meest toeristische plaatsje van Voeren. Je treft er meerdere eethuizen en terrassen aan. Er volgt een lange helse klim door een grotendeels holle weg die je bovenop de beboste valleiwand brengt. Je fietst nu op een oude Romeinse heirbaan boven op de kim met rechts het Belgische Voeren en links het Nederlandse Mergelland. De jeugdherberg van Sint-Martensvoeren bereik je vanaf knooppunt 422 via 423 en 424. Vanhier klim je dan over een slingerende weg naar 429 bovenop de waterkering van Voer en Gulpl. Er volgt een prachtig traject bovenop het plateau over kleine wegen en smalle paden gevolgd door een langgerekte afdaling naar het brouwerijstadje Gulpen. Het Gulpener bier vloeit er vlot op de vele terrasjes. De veredelde Korenwolf van de Gulpener brouwerij of het abdijbier van Wittem zijn in trek bij bierkenners. De brouwerijen volgen elkaar op in de Geulvallei: Brand in Wijlre en De Leeuw in Valkenburg. Naast bier sieren enkele prachtige kastelen de vallei: kasteel Wijlre, het kasteel Schaloen in Oud Valkenburg en het kasteel St-Gerlach in Houthem. Van het kasteel Schaloen tot het toeristenstadje Valkenburg fiets je een fenomenaal tracé op de beboste oever van de Geul. Valkenburg bezit alle troeven van een toeristenstad, een oude stadskern, een ruïne, mergelgrotten, wandelparken, thermea 2000, een casino, recreatiepark, vele horecazaken, … Het park van het kasteel St-Gerlach is kunstzinnig. Gerlach was een ridder die zich bekeerde en op bedevaart ging naar Rome. Bij zijn terugkeer zweert hij elk bezit af, vestigt zich als kluizenaar in een holle eik en ontfermt zich over de armen en hongerlijdenden. Na zijn dood bouwde men hier de Sint Gerlachkerk. Deze is uitgerust met mooie fresco’s en bezit een museum over het leven van Sint Gerlach. Op een wegsplitsing staat een kapel in Romeinse stijl met de heilige erin. Naast de kerk ligt het uitgebreide kloosterpark met zijn kruidentuinen, een rozengaard, vijvers, vochtige beemden, hagen en bosjes. Bij de Geulhemmer molen neem je de fietsstraat, geklemd tussen het riviertje de Geul en de hellingbossen. Dit stukje Geuldal is een uniek natuurlandschap in Nederland. De hellingbossen is een terugkeer naar het oerbos. Poolse Konikspaarden en Schotse Hooglandrunderen grazen in de weilanden langs de Geul. Aan het einde van het hellingbos trek je even aan, de helling hoog. Na een natuurgebiedje bereik je de eerste wijken van Maastricht.

Praktisch 

Voor GPS-track, kaartje, foto's en praktische info zie:

http://users.telenet.be/fietscontreien 


By on 11:01
Twee rivierentocht

Twee rivierentocht

In Tongeren fiets je doorheen het sport- en stadspark naar het natuurgebied de ‘Kevie’, een beschermd beemd-, vochtig weide- en vogelgebied in de Jekervallei. Je fietst er doorheen over een oude spoorweg naar Nerem. Het renaissancekasteel Scherpenberg bezit een met Romaanse riddertoren uit 1580 en achter de tinfabriek, vroeger een chocoladefabriek, ligt het Jugendstilkasteeltje ‘Rosmeulen’ met Romantische tuin. De loopbrug, in de prachtige tuin, is met sfinxenbeelden gesmukt. Glons is een oud dorp met meerdere oude villa’s, van uit de tijd der Bourgeoisie. Ruclenge heeft met zijn paviljoen en plein een Franse uitzicht. De toren van Eben-Ezer met bovenop vier cherubijnen is een cultureel en fantasievol hoogtepunt in de Jekervallei. Het fort van Eben-Emael is een getuige uit de eerste wereldoorlog. Ertegenover is een molen omgebouwd tot eethuis met terrassen aan de rivier. Je fietst aan enkele bunkers en de natte gracht voorbij. In Kanne snijdt het Albertkanaal door de St-Pietersberg. Je kunt hier de hoek afsnijden maar mist dan een mooie lus naar Maastricht met de jachthaven van Kanne, het kasteel Neercanne en het het St-Pietersfor op de St-Pietersberg. Over piepkleine wegen in de heuvelflank zak je langzaam naar de Maas. Je volgt deze langs de Maas tot aan de sluis die je oversteekt naar Ternaaien (Lanaye). Aan de jachthaven van Visé ligt een nieuw modern glazen eethuis en op het jaagpad aan de Maas liggen vele oude Villa’s, sommigen zijn omgebouwd als restaurantje. In Argenteau wissel je van Maas naar Albertkanaal dat je over het betonnen jaagpad volgt tot in Luik. Vanaf Herstal is het fietspad rood gekleurd en waar kasseitjes liggen markeren zilveren kopnagels het pad. Hier is niet op een euro gekeken, speciaal aangelegde fietspaden onder de Maasbruggen door. Je steekt de Maas over via de ‘Passerelle’, een voetgangersbrug en gaat rechtdoor de winkelstraat in. Bij de eerste verkeerslichten gaat schuin rechts een lange rechte winkelstraat naar de kathedraal. De straat zie je lang rechtdoor de berg oplopen naar de deelgemeente St-Gilles. Deze richting hoor je aan te houden tot boven bij een rotonde, maar hiervoor moet je tweemaal naar rechts uitwijken wegens éénrichtingverkeer. Je fietst naar St-Nicolas waar schuin achter de ‘Delhaize’ een fietspad vertrekt over een oude spoorwegbedding naar Ans. Twee bruggen over en het fietspad vervolgt zijn weg naar Liers maar in Roccourt verlaat je dit na de ondertunneling van de autoweg naar links. Na een kruispunt gaat deze over in een betonweg voorbij aan een industriezone. Je houdt rechtdoor aan tot op een kruispunt na een stukje steenslagweg. Het betonpad rechtdoor loopt dood, hier wijk je naar links uit en neemt een betonweg langs een lange rij populieren. Je kijkt nu over een mooi Haspengouws akkerlandschap. In Xendremael gaat het weer strak rechtdoor naar Othée. Je steekt de straat over een klein straatje in en op het volgend kruispunt opnieuw rechtdoor een volgend straatje in dat overgaat in een betonweg. Bij de Ezelsbeek net voor Herstappe ga je naar rechts en volgt het betonwegje met enkele rustbanken langs de beek naar Rutten. Aan deze beek vond op 23 september 1408 een veldslag plaats waar het Bourgondische leger onder leiding van Jan Zonder Vrees 5000 Luikse opstandelingen in de pan hakte.  De Evermaruskapel in Rutten vereert de Friese pelgrim Evermarus die volgens de legende in de 7de E door Hacco, heer van Herstappe, vermoord is. Op een heuvel hier achter ligt de Lenaertshoeve, een voormalig eigendom van de abdij van Burtscheidt te Aken. Je verlaat Rutten via een mooi aangelegde geasfalteerd fietspad tussen enkele vochtige weiden. Een blik over onze rug geeft een kleurrijk zicht op twee boerderijen die elkanders spiegelbeeld konden zijn. In de volksmond heet dit geheel “La Fabriek”, omdat men hier in het verleden o.a. suiker, siroop en jenever maakte.
Het fietspad eindigt bij het kasteel van Hamal en de ruïne van een torenburcht Deze was eens het toevluchtsoord van Aynchon van Hognoul, berucht in heel Haspengouw en in strijd met de Heren van Hamal. Na iedere strooptocht trok hij zich in zijn burcht terug, waar de Hamals zich niet waagden omdat dit goed tot Brabant behoorde. Het classicistisch heropgebouwde kasteel van Hamal met Romaanse donjon gaf ondermeer onderdak aan Lodewijk XV die hier na de slag van Lafelt in 1747 iets meer dan een maand verbleef. Eventjes fiets je terug richting Rutten. Bij een alleenstaande lindeboom gaat het over betonnen verkavelingwegen richting Tongeren. Je maakt nog een mooi lusje, over opnieuw een speciaal hiervoor aangelegd geasfalteerd fietspad, doorheen de beemden. Dit fietspad geeft uit op de hippodroom met daarlangs de St-Hubertuskapel of in de volksmond: “de kapel van Offelken”. In Tongeren fiets je aan het begijnhof, de Moerenpoort en de middeleeuwse muren met Romeinse funderingen voorbij over een dreef van kastanjebomen. Op het einde van de muur gaat het eventueel links het centrum in.

Praktisch 

Voor GPS-track, kaartje, foto's en praktische info zie:

http://users.telenet.be/fietscontreien 


By on 11:00